Terug naar plantenencyclopedie
Strigosella africana - afrikaanse mosterd met kleine roze bloemen
Brassicaceae6 juni 202612 min

Afrikaanse mosterd: complete gids

Strigosella africana

Wil je Afrikaanse mosterd: complete gids in jouw tuin zien?

1 minuut, geen creditcard

Start gratis ontwerp

Overzicht

Strigosella africana, in het Engels ook wel 'african mustard' of 'turkish mustard' en in het Duits 'afrikanische meerviole' genannt, is een eenjarige kruidachtige plant uit de familie Brassicaceae. De soort werd in 1972 wetenschappelijk beschreven door Botschantzev op basis van het eerdere basonym Hesperis africana L. Ze komt van nature voor in een breed verspreidingsgebied dat loopt van het Middellandse Zeegebied tot Centraal-Azie en het westelijke Himalayagebied, waaronder landen als Marokko, Spanje, Italie, Griekenland, Turkije, Iran, Afghanistan, Pakistan en China. Buiten dit oorspronkelijke verspreidingsgebied is de plant ingevoerd in delen van West-Europa, Noord- en Zuid-Amerika. Hoewel Strigosella africana in West-Europa nauwelijks te koop is in reguliere tuincentra als Intratuin of Gamma, trekt de soort de aandacht van botanisch geinteresseerde tuiniers en verzamelaars van zeldzame eenjarigen. Dankzij haar bescheiden formaat, snelle groeicyclus en tolerantie voor droge, arme omstandigheden past ze goed in een experimentele moestuin, een ruderale beplanting of een thematische mediterrane tuin. Via gardenworld.app kunt u inspiratie opdoen voor het combineren van droogtebestendige eenjarigen zoals Strigosella in een tuinontwerp.

Uiterlijk en bloei

Strigosella africana is een compacte, opgaande tot iets vertakte plant die bij gunstige omstandigheden een hoogte van 20 tot 40 cm bereikt. De stengels en bladeren zijn bezet met stijve, ruwe haren, wat de plant een licht grijsgroene, enigszins ruw aanvoelende textuur geeft. Dit is ook de reden voor de geslachtsnaam 'Strigosella', afgeleid van het Latijnse 'strigosus' (scherp behaard). De bladeren zijn geveerd tot diep ingesneden en doen enigszins denken aan die van een paardenbloem (taraxacum), vandaar de synoniem Malcolmia taraxacifolia. De kleine bloemen zijn vierbladerig, zoals typisch voor alle Brassicaceae, en varieren in kleur van wit tot lichtroze of lila. Ze verschijnen van het vroege voorjaar tot de vroege zomer. De vruchten zijn lange, dunne hauwtjes (siliquen) die de zaden bevatten en kenmerkend zijn voor de mosterdenfamilie. Na de rijping van de zaden sterft de plant af, wat karakteristiek is voor haar eenjarige levenscyclus. De bloei trekt kleine bestuivers aan waaronder zweefvliegen en kleine bijensoorten.

Ideale standplaats

In haar natuurlijke habitat groeit Strigosella africana op open, zonnige tot halfschaduwrijke locaties met goed doorlaatbare, droge tot matig vochtige bodems. Ze is aangepast aan droge steppeachtige milieus, rotsachtige hellingen, wegbermen, verlaten akkers en ruderale terreinen. In de tuin doet u er goed aan haar een zonnige tot licht beschaduwde plek te geven, bij voorkeur met zuidelijke of westelijke expositie. De plant gedijt uitstekend in een mediterrane hoek, een grindtuin, een droogteborder of in de voortuin langs bestrating waar de bodem snel opwarmt en uitdroogt. Ze is niet kieskeurig over de bodemtypen, zolang de drainage maar goed is: ze verdraagt leemachtige, zandige en zelfs kiezelachtige bodems. Erg rijke, voedselrijke bodems zijn zelfs ongunstig, omdat de plant dan weelderig maar minder compact groeit. De lichtbehoefte is aanwezig maar niet extreem hoog; in haar thuisgebied groeit ze ook op noordhellingen, al bloeit ze het best op volle zon.

Bodem

De bodemvoorkeur van Strigosella africana is afgestemd op droge, mineraalrijke maar niet te voedingsstoffenrijke omstandigheden. De pH kan liggen tussen 7,0 en 7,5, wat aangeeft dat ze goed gedijt op kalkrijke, licht alkalische bodems. Zand of grind gemengd met wat leem voldoet uitstekend. Kleiachtige, slecht doorlatende bodems worden slecht verdragen, omdat wateroverlast aan de wortels leidt tot wegrot. In de voortuin kunt u indien nodig wat grof zand of grind door de bovenste laag werken om de drainage te verbeteren. Compost in kleine hoeveelheden kan worden toegevoegd voor een basale voedingstoffenbalans, maar strooi geen rijke meststoffen of kunstmest: dat bevordert de bladgroei ten koste van de bloei en compactheid. Voor pottenkweek volstaat een standaard cactus- of mediterraan-grondmengsel aangevuld met extra perliet.

Water geven

Water geven aan Strigosella africana vraagt weinig inspanning, omdat de soort uitgesproken droogtebestendig is. In haar oorsprongsgebieden overleeft ze met beperkte neerslag en droge zomers. In de tuin in Nederland of Belgie volstaat de gemiddelde regenval gedurende het groeiseizoen in de meeste gevallen. Geef alleen water als de bodem lang aanhoudend droog is - bij een langdurige droogteperiode van meer dan twee weken - en doe dit dan grondig maar zeldzaam. Vermijd overmatige bevochtiging, want stilstaand water bij de wortels is de snelste weg naar rottingsproblemen. Zadenuitzaai in potten of bak kan enige regelmaat van bewatering vereisen tot de kiemplanten goed zijn aangeslagen, maar daarna kunnen ze goeddeels op de regen rekenen. In een droge zomer op een zuidgericht perceel mag de plant eens in de twee weken licht worden begoten. Minder is meer: een plant die wat droogte ervaart, zet meer bloemen aan dan een plant die voortdurend ruim water krijgt.

Snoeien

Als eenjarige plant vereist Strigosella africana nagenoeg geen snoeiwerk. De plant volgt een vast patroon: ontkiemen, groeien, bloeien, zaad zetten en afsterven binnen een groeiseizoen. Er valt dan ook weinig te snoeien. Wilt u de bloeperiode iets verlengen, dan kunt u verbloeide stengels gedeeltelijk terugknippen zodat de plant energie steekt in nieuwe bloemknoppen in plaats van in zaadvorming. Dit is echter slechts een tijdelijke maatregel. Aan het einde van het seizoen laat u de plant het best zaad afzetten als u wilt dat ze volgend jaar vanzelf terugkomt door zelfzaad. In dat geval laat u de uitgebloeide planten staan totdat de hauwtjes bruin en rijp zijn. Daarna kunt u de plant verwijderen of laten staan als vogelbiotoop. Er is geen reden om de plant in de herfst of winter terug te snoeien, omdat ze hoe dan ook na de eerste vorst afsterft. Simpelweg aan het einde van het seizoen verwijderen volstaat.

Onderhoudskalender

Februari tot maart: zaaien onder glas of op een lichte, vorstvrije plek voor vroege teelt. April: buiten zaaien op de definitieve standplaats zodra de vorstperiode voorbij is. Mei: verdunnen van de jonge zaailingen op 10 tot 15 cm afstand zodat ze voldoende ruimte krijgen. Juni tot juli: bloeiperiode; eventueel verbloeide delen wegknippen om de bloei te verlengen. Augustus: zaadhauwtjes rijpen; laat ze aan de plant als u zelfzaad wilt bevorderen. September: planten sterven af na de zaaiontwikkeling; resten verwijderen of laten staan als winterbiotoop. Oktober tot november: zaadoogst en bewaring op een droge, koele plek voor de uitzaai volgend jaar. December tot januari: geen activiteiten nodig; eventueel de tuinbodem losmaken voor het volgende seizoen.

Winterhardheid

Strigosella africana is een eenjarige plant en overwintert dus niet als volwassen plant. De plant sterft na de zaadrijping af, waarna de cyclus opnieuw begint vanuit zaad. Zaad is redelijk vorstbestendig en kan zonder problemen in de bodem overwinteren voor spontane heruitloop in het volgende voorjaar. In strenge winters met langdurige vorst en geen sneeuwdek kan zaadbederf optreden, maar gewoonlijk overleeft een deel van de zaadbank de winter zonder problemen. Buiten de USDA hardheidszone-indeling valt de plant in het geheel niet in als meerjarige, maar voor de zaadproductie en zelfzaaicapaciteit geldt dat ze in zones 6 tot 10 zonder problemen heruitloopt. In zones met strenge vorst (5 en kouder) kunt u zaad binnenshuis bewaren en in het voorjaar buiten uitzaaien. Een zachte deklaag van bladcompost of stro over de zaadplek helpt in koudere klimaten de overwintering van het zaad te bevorderen.

Begeleidende planten

Vanwege haar voorkeur voor droge, zonnige standplaatsen past Strigosella africana goed bij andere mediterrane en droogtebestendige eenjarigen en vaste planten. Mooie combinaties zijn mogelijk met Malcolmia maritima (de verwante tuinmalkovia, die tegenwoordig ook tot het genus Strigosella wordt gerekend), Eschscholzia californica (California-klaproos), Nigella damascena (juffertje-in-het-groen), Gypsophila elegans en diverse soorten Iberis. Voor een volledig mediterraan beeld combineert u haar met vaste planten als Salvia officinalis, Thymus vulgaris, Lavandula angustifolia en lage Allium-soorten. In de voortuin zijn combinaties met gravel en lage strandnatuurlijk inspirerende beplanting op gardenworld.app zeer geslaagd. Vermijd combinaties met planten die een vochtige, voedingsstoffenrijke bodem eisen, zoals Astilbe, Primula of Hosta.

Afsluiting

Strigosella africana is een bescheiden maar charme-rijke eenjarige die tuiniers verrast met haar snelle groei, aanpassingsvermogen aan droge omstandigheden en delicate kleine bloemen. Ze is weinig veeleisend, past in een breed scala van tuinstijlen - van mediterraan tot ruderaal naturalistisch - en leent zich uitstekend voor zelfzaaiende beplantingen die elk jaar een kleine verrassing opleveren. Voor wie meer inspiratie zoekt over het inzetten van eenjarigen en droogtebestendige planten in de voortuin, biedt gardenworld.app tal van voorbeeldtuinen en ontwerpidee-en. Probeer Strigosella africana eens in een zandige border of een mediterrane grindtuin: u zult zien dat deze kleine mosterdplant veel meer aandacht trekt dan haar formaat doet vermoeden.

Gratis ontwerp

Wil je Afrikaanse mosterd: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.

Upload een foto, kies je stijl en ontvang binnen 1 minuut een fotorealistisch ontwerp inclusief plantenlijst.

Start gratis

Geen creditcard nodig