
Oost-Indische roos: complete gids
Rosa × foetida
Wil je Oost-Indische roos: complete gids in jouw tuin zien?
1 minuut, geen creditcard
Overzicht
Rosa × foetida, ook bekend als de Oost-Indische roos of Perzische gele roos, is een spectaculaire roos die zich onderscheidt door zijn intens gele bloemen met karakteristieke rode achterkanten op de bloemblaadjes. Deze hybride roos is in Perzië ontstaan en heeft eeuwenlang een belangrijke rol gespeeld in rozenbloedlijnen, vooral wanneer gele kleuren in moderne rozenvarieiteiten werden geïntroduceerd. De plant produceert een sterke, karakteristieke geur die sommigen als aangenaam perciperen en anderen als penetrant ervaren, maar die zeker herkenbaar en indrukwekkend is. Deze roos groeit voort tot een compacte tot middelgrote struik en is bijzonder nuttig in gemengde borders en als specimen plant. De plant vormt een opvallend contrast in elk tuinontwerp door zijn levendige kleuring. Bekende verwante cultivars zoals 'Bicolor' (met nog scherper contrasterende kleuren) en de dubbelbloemige vorm 'Persiana' worden soms aangeboden door gespecialiseerde rozenkwekerijen, al blijft de wilde vorm het meest robuust voor een gemiddelde tuin. Meer informatie over gele rozen en tuinontwerp vind je op gardenworld.app.
Uiterlijk en bloeiperiode
De Oost-Indische roos bereikt een hoogte van ongeveer 100 tot 150 centimeter met een uitwaaiering van 100 tot 120 centimeter. De plant vormt een dicht, oprecht groeiende struik met gladde, relatief gladde takken en relatief weinig doorns vergeleken met veel andere rozensoorten. De bladeren zijn klein tot middelgroot, heldergroen en lineair met fijne tandjes langs de randen. De bladeren hebben een karakteristieke, ietwat geurende kwaliteit wanneer ze worden aangeraakt of gewreven, wat contribueert aan de totale geur van de plant.
De bloemen verschijnen van mei tot augustus in kleine clusters van een tot drie bloemen. Elke bloem bereikt een doorsnee van 5 tot 6 centimeter en toont fel geel gekleurde bloemblaadjes, vaak met een opvallend rood of kopergekleurd onderstuk dat contrasteert met de gele bovenkant. De bloemen hebben meestal een semi-gevulde vorm met ongeveer 30 tot 40 bloemblaadjes, wat een interessante struktuur creëert. De karakteristieke geur is penetrant en kruidig, soms beschreven als onaangenaam, maar zeer herkenbaar. Deze roos bloeit herhaaldelijk tijdens het groeiseizoen met duidelijke pauzes tussen de bloeiperiodes. Na de bloei vormen zich kleine, ronde bottels van ongeveer 1 centimeter doorsnee die in de herfst oranjerood verkleuren en waardevol voedsel bieden aan vogels.
Ideale locatie
De Oost-Indische roos floreren het best op zeer zonnige locaties met minstens acht tot tien uur direct zonlicht per dag. Deze roos is zeer zon-eisen en presteert slecht op schaduwrijke plaatsen waar de bloei dramatisch afneemt. Plaats de plant op een warme, zonnige plek waar het volle zonlicht kan bereiken zonder enige schaduw. De geur kan beter worden waargenomen in warme, zonnige omstandigheden. Zorg voor goede luchtzirculatie om ziekten te minimaliseren, hoewel deze roos veel meer vatbaar is voor bepaalde ziekten dan hardere Alba-rozen. Een vrijstaande positie met minstens 60 tot 80 centimeter ruimte rondom de struik bevordert bovendien een snellere droging van het blad na regen.
Grondvereisten
De Oost-Indische roos groeit optimaal in goed doorlatende, voedselrijke grond met een pH tussen 6,0 en 7,5. Voordat je plant, mengsel de bodem door met rijpe compost of verrotted manure wat de structuur verbetert. Deze roos verdraagt droge omstandigheden beter dan veel andere rozensoorten maar groeit het best in matig vochtige bodem. Zorg voor uitstekende drainering omdat natte voeten tot wortelrot kunnen leiden, vooral in winter. Voor potcultuur gebruik je goed draineerde tuingrond met compost verrijking, in een pot van minstens 40 centimeter doorsnee zodat het wortelgestel voldoende ruimte heeft.
Bewatering
Bij het planten water je de roos goed in totdat grond volledig verzadigd is. Daarna water je regelmatig, vooral tijdens het groeiseizoen en bloei. Deze roos is droogtetoleranter dan veel andere rozensoorten maar groeit het best met regelmatige watergiften van ongeveer 15 tot 20 millimeter per week. Geef bij droge omstandigheden dieper en frequenter water. Vermijd constant natte grond wat ziekten kan bevorderen. Zorg ervoor dat bladeren niet nat worden want dit leidt tot schimmelinfecties. In herfst en winter reduceer je watergiften aanzienlijk, en in de nazomer stop je bemesting geheel zodat nieuwe scheuten kunnen verhouten voor de winter.
Gratis ontwerp
Wil je Oost-Indische roos: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.
Snoeien
De Oost-Indische roos snoei je in het vroege voorjaar wanneer nieuwe groei begint. Verwijder alle dode hout en beschadigde takken zorgvuldig met een schone, scherpe snoeischaar. Snoei uit om de struik open en luchtig te houden, wat ziekten kan voorkomen. Omdat deze roos herhaaldelijk bloeit, kun je afgebloeide bloemen verwijderen om meer bloei te stimuleren, al kun je in de nazomer bewust enkele bloemen laten zitten zodat er bottels kunnen vormen voor de vogels. Een jaarlijkse matige terugsnoeining van ongeveer een derde van de lengtes helpt de struik in goede vorm te houden. Vermijd agressieve snoeiwerkzaamheden die de plant schade kunnen toebrengen, want deze soort reageert trager op zware snoei dan moderne theehybriden.
Vermeerdering
De Oost-Indische roos wordt meestal vermeerderd via halfharde stekken genomen in juli-augustus. Snijd stekken van ongeveer 15 tot 20 centimeter lengte met minstens drie bladknopen, verwijder de onderste bladeren en dompel het snijvlak in wortelhormoon. Plant de stekken in een mengsel van potgrond en scherp zand, houd de grond vochtig en plaats de pot op een lichte, maar niet zonnige plek. Na zes tot acht weken vormen zich meestal wortels. Vermeerdering via zaad is ook mogelijk maar levert vaak variabele nakomelingen op, aangezien deze roos een hybride oorsprong heeft.
Onderhoudscalendar
FEBRUARI-MAART: Voer snoeiwerkzaamheden uit en verwijder dood hout. Geef een laag compost. Begin voedingstijdstip. APRIL-MEI: Controleer op ziekten, vooral meeldauw. Waterbehoefte is hoger. JUNI-AUGUSTUS: Zorg voor consistente watergiften. Verwijder afgebloeide bloemen regelmatig. Geef voeding elke twee weken. SEPTEMBER: Begin watergiften af te bouwen, stop bemesting. OKTOBER-JANUARI: Minimale verzorging. Winter bescherming zelden nodig.
Winterhardheid
De Oost-Indische roos is matig winterhard en geschikt voor USDA-zones 5 tot 9, wat betekent dat ze temperaturen tot ongeveer -15 tot -20 graden Celsius kan verdragen. In gebieden met ernstige winters kan winterbescherming voordelig zijn. Plantje jong plantmateriaal met een dikke laag mulch van ongeveer 15 tot 20 centimeter. In zeer koude klimaten kan deze roos tegen een zuidmuur beter gedijen. Aanaarden van de voet met 10 tot 15 centimeter grond in november biedt extra bescherming tegen strenge vorst in januari en februari.
Ziektes en Plagen
De Oost-Indische roos is meer vatbaar voor meeldauw en zwartevlekkenziekte dan veel andere rozensoorten. Goed luften en voorkoming van natte bladeren zijn essentieel. Bladluizen en spintmijten kunnen voorkomen maar zijn meestal beheersbaar met een krachtige waterstraal of milde insecticidezeep. Roest kan af en toe optreden in vochtige zomers, herkenbaar aan oranje sporenhoopjes aan de onderkant van het blad; verwijder aangetaste bladeren direct en zorg voor voldoende luchtcirculatie.
Medegezelplanten
De Oost-Indische roos combineert prachtig met paarse clematis, paarse salvia en zilverbladerige artemisia. Ook gezelschapsplanten zoals catmint en blauwe delphinium vormen mooie combinaties. Voor continuïteit in bloei kun je verschillende herfstkruid combineren. Laag groeiende plantages zoals vetkruid bieden mooi contrast. Vermijd sterke wortelvelders, en houd minstens 40 centimeter afstand tot buurplanten voor voldoende luchtcirculatie.
Slot
De Oost-Indische roos is een spectaculaire keuze voor tuiniers die iets bijzonders willen. Met zijn fel gele bloemen en unieke geur brengt deze roos charme en karakter naar elke tuin. De plant is wat gevoeliger voor ziekten dan andere rozensoorten dus regelmatig controleren is belangrijk. Je kunt deze prachtige roos aanschaffen bij grote tuincentra zoals Intratuin of Gamma, meestal als containerplant van 3 tot 5 liter. Meer plantcombinaties en tuinontwerpen vind je op gardenworld.app.
Wil je Oost-Indische roos: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.
Upload een foto, kies je stijl en ontvang binnen 1 minuut een fotorealistisch ontwerp inclusief plantenlijst.
Al 10.000+ tuinen ontworpen
Geen creditcard nodig


Vergelijkbare planten
Siberische sierappel: complete gids
Malus x robusta
Complete gids voor de Siberische sierappel (Malus x robusta): standplaats, bodem, snoeien, winterhardheid en de mooiste combinatieplanten voor je tuin.
Chinese sierappel (Malus x spectabilis): complete gids
Malus x spectabilis
Ontdek de Chinese sierappel (Malus x spectabilis): een klassieke lentebloeier met karmijnrode knoppen en roze bloesem.
Potentilla crassinervia: complete gids
Potentilla crassinervia
Potentilla crassinervia is de zeldzame bergganzerik van Corsica en Sardinie. Ontdek teelt, winterhardheid en combinaties in de alpine rotstuin.