Terug naar plantenencyclopedie
Phleum bertolonii met cilindervormige pluimen op een zonnige graslandplek
Poaceae6 juni 202612 min

Klein timoteegras: complete gids

Phleum bertolonii

Wil je Klein timoteegras: complete gids in jouw tuin zien?

1 minuut, geen creditcard

Start gratis ontwerp

Overzicht

Phleum bertolonii, in het Nederlands klein timoteegras genoemd, is een overblijvende grasplant uit de familie Poaceae. De soort behoort tot hetzelfde geslacht als het bekende timoteegras (Phleum pratense), maar is kleiner van stuk en heeft een andere ecologische niche. De botanische naam eert de Italiaanse botanicus Antonio Bertoloni (1775-1869), die een fundamentele bijdrage leverde aan de kennis van de Italiaanse flora.

Het verspreidingsgebied van Phleum bertolonii is indrukwekkend: de plant is inheems in vrijwel geheel Europa, inclusief Nederland en Belgie, en strekt zich uit via het Middellandse Zeegebied tot in Iran. Van IJsland en de Azoren in het westen tot de Kaukasus en Iran in het oosten - deze grasplant is een echte Europeaan. In Groot-Brittannie is hij een van de meest vertrouwde grasplanten van permanente, voedselarme graslanden en is hij nauw betrokken bij het beheer van traditionele weilanden.

Voor tuiniers die ecologisch bewust te werk willen gaan en inheemse planten willen bevorderen, verdient Phleum bertolonii alle aandacht. Op gardenworld.app kunt u zien hoe inheemse grasplanten als deze een tuin karakter en ecologische waarde geven, zelfs in een beperkte ruimte.

De plant is ook van landbouwkundig belang: hij wordt in Groot-Brittannie ingezet als voedergewas en graszaadmengsel voor weilanden op armere gronden, waar het grote timoteegras minder goed aanslaat. Op droge kalkgraslanden en in traditioneel beheerde hooilanden is Phleum bertolonii een kenmerkende soort die bijdraagt aan de botanische rijkdom.

Uiterlijk en bloeitijd

Phleum bertolonii is een overblijvende grasplant die dichte, kompakte polletjes vormt. De stengels worden doorgaans 20 tot 60 cm hoog, dus merkbaar korter dan het gewone timoteegras dat tot 100 cm kan reiken. Aan de voet van de stengels vormt Phleum bertolonii karakteristieke, bolvormig opgezwollen knollen - een kenmerk dat de soort onderscheidt van het grote timoteegras en waaraan de Duitse benaming "knolliges Lieschgras" refereert.

De bladeren zijn vlak, lintvormig en van een frisse, matte groene kleur. Ze zijn ruw aanvoelend langs de randen en op de bovenkant, een eigenschap die typisch is voor de Poaceae. De bloempluim is cilindrisch van vorm en strak samengedrukt, wat hem een karakteristiek staafvormig uiterlijk geeft. Deze pluim is 3 tot 6 cm lang en aanmerkelijk korter en minder breed dan die van Phleum pratense.

De bloei valt in juni en juli. In die periode zijn de pluimen in eerste instantie groenachtig, worden ze geleidelijk beige-paars van kleur en later strogeel bij rijping. Windbestuiving is de norm bij deze grasplant: grote hoeveelheden pollen worden bij wind vrijgegeven, wat voor hooikoortspatienten belastend kan zijn. Na de bloei rijpen de zaden snel en verspreiding vindt deels plaats door de wind en deels door het vasthechten van losse pluimresten aan kleding en dierenvacht.

Ideale standplaats

Phleum bertolonii is een plant van open, zonnige standplaatsen. In zijn natuurlijk milieu groeit hij op:

  • Permanente, voedselarme graslanden en weilanden
  • Droge tot matig vochtige kalkgraslanden
  • Wegbermen en dijkhellingen
  • Rotskliffen en stenige, open bodems langs de kust
  • Bergweiden tot op aanzienlijke hoogte

In de tuin kan Phleum bertolonii worden ingezet in een bloemrijke grasmat of een inheemse plantentuin. Volle zon is ideaal; lichte schaduw wordt getolereerd, maar de plant wordt dan slapper en minder compact. Een droge tot matig vochtige standplaats is het beste; de soort overleeft korte droogteperioden beter dan aanhoudende nattigheid.

De plant is ook geschikt voor groene daken en extensief beheerde, bloemrijke gazons, mits de grond voldoende doorlatend is. Op zwaardere, kleiachtige grond zal hij minder goed presteren dan op lichtere, mineraalrijkere bodems.

Bodem

De bodemvereisten van Phleum bertolonii zijn bescheiden en in lijn met zijn oorsprong in voedselarme graslanden. De plant doet het best op:

  • Lichte, goed doorlatende zand- of leemgrond
  • Kalkrijke, minerale bodems
  • Arme bodems met weinig stikstof en fosfaat

Rijke, bemeste bodems zijn ongunstig: hoge stikstofgehaltes bevoordelen agressievere grassoorten als raaigras, die Phleum bertolonii snel verdringen. Op voedselarme grond kan de soort standhouden en bijdragen aan de botanische rijkdom van een bloemrijke grasmat. Een neutrale tot licht alkalische pH (6,5-7,5) is ideaal, maar de plant verdraagt ook enigszins zure omstandigheden.

Bij het aanleggen van een inheemse bloemrijke grasmat is het aan te raden om de bovenste, voedselrijke laag weg te graven of af te plaggen voordat er gezaaid wordt. Phleum bertolonii kan dan, samen met andere inheemse grasplanten en bloemsoorten, succesvol tot stand komen op de vrijgelegde, armere ondergrond.

Water geven

Phleum bertolonii is geen droogtespecialist, maar verdraagt korte droogteperioden redelijk goed dankzij de bulvormige verdikking aan de stengelbasis die enige wateropslag biedt. In een normale Nederlandse of Belgische zomer is bijwatering in de open grond niet nodig: neerslag volstaat voor een goed groeiende plant.

In droge zomers, bij aanhoudende hitte of op dorre, zandige bodems, kan de plant wat extra water gebruiken. Eens per twee weken een grondige beurt tijdens langdurige droogteperioden helpt de plant zijn vitaliteit te behouden zonder dat afhankelijkheid van irrigatie ontstaat.

Bij gebruik in een extensieve grasmat of bloemenweiland geldt: niet beregenen tenzij de planten zichtbaar droogtestress vertonen. Overmatige watertoevoer bevordert namelijk krachtigere concurrenten en tast de ecologische balans van de grasmat aan.

In potten en bakken is een regelmatigerwater beurt nodig - controleer wekelijks of de grond nog voldoende vochtig aanvoelt op 2 cm diepte, maar vermijd wateroverlast.

Snoeien

Phleum bertolonii vraagt nauwelijks snoei in traditionele zin. Als onderdeel van een bloemrijke grasmat of weiland wordt de plant gemaaid in het kader van het reguliere maaibeheer. Het klassieke maaischema voor een bloemrijke grasmat is:

  • Mei - begin juni: Indien gewenst een vroege maaibeurt vlak voor of vlak na de bloei van vroege soorten, maar pas nadat de eerste inheemse planten hebben kunnen bloeien en zaden produceren.
  • Juli - augustus: De belangrijkste maaibeurt na de hoofdbloeibloei. Wacht tot de zaden van Phleum bertolonii zijn gerijpt (begin tot midden augustus) voordat u maait.
  • September - oktober: Eventueel een namaaibeurt op lage stand om opslag van voedingsstoffen in het maaisel te beperken.

Het afgemaaide materiaal altijd afvoeren en composteren; het laten liggen brengt voedingsstoffen terug in de bodem en bevoordelen de concurrerende grassoorten.

Als alleenstaande pot- of borderplant kan Phleum bertolonii in het vroege voorjaar tot vlak boven de grond worden teruggesnoeid zodat frisse nieuwe scheuten kunnen uitlopen.

Onderhoudskalender

  • Januari - februari: Geen actieve zorg nodig. Eventueel dode stengels laten staan als winterstructuur voor overwinterende insecten.
  • Maart - april: Bij pollen in borders: verwijder dode stengels van het vorige jaar. Inzaaien van nieuwe exemplaren is mogelijk vanaf april bij voldoende temperatuur (minimaal 8 graden Celsius).
  • Mei - juni: Groeiperiode en aanloop naar bloei. Bloemrijke grasmat niet maaien totdat vroege bloemplanten hebben gezaaid.
  • Juni - juli: Bloeitijd. Cilindrische pluimen zijn zichtbaar. Geniet van de karakteristieke plantstructuur en de bijbehorende insectenactiviteit.
  • Augustus: Zaden rijpen. Wachten met maaien totdat de meeste zaden zijn gevallen. Zaden verzamelen voor zaai elders.
  • September - oktober: Namaai van de grasmat als deel van het beheerschema. Maaisel altijd afvoeren.
  • November - december: Plant is winterbestendig; geen speciale maatregelen nodig.

Vorstbestendigheid

Phleum bertolonii is een overblijvende, volhardige grasplant die de winters in zijn gehele verspreidingsgebied - van IJsland tot Iran - zonder moeite doorstaat. De soort is betrouwbaar vorstbestendig tot minimale temperaturen van -20 graden Celsius en lager (USDA-zone 5 en koeler).

In Nederland en Belgie, met hun gematigde, maritieme klimaat, overleeft Phleum bertolonii zonder enige bescherming, ook op groene daken en extensieve grasmatten. De opgezwollen knolletjes aan de stengelbasis beschermen de vitale groeipunten tegen bevriezing. Sneeuwdek biedt extra isolatie, maar is niet vereist.

Sneeuw- en vorstschade is bij deze soort praktisch onbekend. De enige potentiele winterschade is mechanische schade door betreding op bevroren grond, wat bij meerjarige grassoorten kan leiden tot wortelbeschadiging. Vermijd betreding van bevroren grasmat.

Combinatieplanten

Phleum bertolonii past het best in plantgemeenschappen die zijn ecologische niche weerspiegelen: voedselarme, bloemrijke graslanden van Noordwest-Europa. Goede gezelschappen zijn:

  • Festuca rubra (rood zwenkgras): een andere inheemse grasplant die dezelfde voedselarme, goed doorlatende omstandigheden prefereert.
  • Agrostis capillaris (gewoon struisgras): fijn vertakt, inheems gras voor bloemrijke grasmattenmengels.
  • Leucanthemum vulgare (gewone margriet): een stralende witte bloem die uitstekend gedijt in voedselarme grasmats.
  • Centaurea nigra (zwarte knautia): paarse bloem van de traditionele hooiwei die insecten aantrekt.
  • Rhinanthus minor (kleine ratelaar): halfparasiet die de agressieve grassoorten afremt en zo ruimte maakt voor andere soorten.
  • Plantago lanceolata (smalle weegbree): een laagblijvende rozetplant die goed gedijt in lage, extensief beheerde grasmats.
  • Lotus corniculatus (gewone rolklaver): gele vlinderbloem, stikstofbinder, geliefde waardplant voor blauwtjes en andere vlinders.

Bij gardenworld.app vindt u tuinontwerp-inspiratie voor bloemrijke gazons en inheemse plantenborders, zodat u de juiste combinatie kiest voor uw eigen voortuin.

Afsluiting

Phleum bertolonii is een bescheiden maar ecologisch waardevolle grasplant die zijn beste kant laat zien in de juiste context: een voedselarme, zonnige standplaats waar hij samen met inheemse kruiden en bloemsoorten een soortenrijke grasmat kan opbouwen. Voor tuiniers die meer biodiversiteit willen bevorderen en minder intensief willen beheren, is klein timoteegras een uitstekende keuze. Bij Intratuin en Gamma is het soms verkrijgbaar als onderdeel van inheemse bloemenzaadmengsels; gespecialiseerde zaadbedrijven als Cruydt-Hoeck bieden de zaadmengsels met de meest geschikte samenstelling voor uw regio. Kies voor dit bescheiden gras en u draagt bij aan het behoud van een stuk erfgoed van het Europese cultuurlandschap.

Gratis ontwerp

Wil je Klein timoteegras: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.

Upload een foto, kies je stijl en ontvang binnen 1 minuut een fotorealistisch ontwerp inclusief plantenlijst.

Start gratis

Geen creditcard nodig