Terug naar plantenencyclopedie
Desmodium incanum plant met kleine paarsroze bloemen
Fabaceae1 juni 202612 min

Desmodium incanum: complete gids

Desmodium incanum

Wil je Desmodium incanum: complete gids in jouw tuin zien?

1 minuut, geen creditcard

Start gratis ontwerp

Overzicht

Desmodium incanum is een kruipende tot halfhoutachtige vaste plant uit de vlinderbloemigen­familie (Fabaceae) die van nature voorkomt in het tropische en subtropische Amerika — van Zuid-Carolina en Florida in het noorden tot Argentinie en Uruguay in het zuiden, en van de Galapagoseilanden tot Trinidad en Venezuela. In zijn inheemse gebied groeit hij op open grasvelden, langs wegbermen, op braakliggende terreinen en in lichte bossen op laaggelegen, warme locaties.

De plant staat bekend onder diverse volksnamen: in het Engels 'tickclover' of 'kaimi-clover', in het Frans 'Colle-colle' of 'Gros-treffle'. In het Portugees draagt hij kleurrijke namen als 'amor-seco' (droge liefde), 'pega-pega' (plakker-plakker) en 'carrapicho' — alle verwijzend naar de karakteristieke peuldozen die zich aan kleding en dierenhaar hechten. De Nederlandstalige tuinwereld kent de plant voornamelijk onder zijn botanische naam.

Voor tropische en mediterrane tuinen of voor groene daken in warme streken is Desmodium incanum een interessante keuze vanwege zijn stikstofbindende werking, zijn snelle bodembedekking en zijn fijne paarsroze bloemen. Wie zijn tuin wil voorzien van minder bekende but doeltreffende vaste planten, kan op [gardenworld.app](https://gardenworld.app) inspiratie en een persoonlijk tuinontwerp vinden.

Verschijning en bloei

Desmodium incanum is een halfhoutachtige, kruipende tot opstijgende plant met stengels die gewoonlijk 30 tot 80 cm lang worden, maar in gunstige omstandigheden tot meer dan 100 cm kunnen reiken. De stengels zijn lichtgroen, dicht behaard met fijne aanliggende haren, en vormen uitlopers die aan de knopen kunnen wortelen — vandaar de groeivorm 'Stoloniferous'. De plant kan zo geleidelijk vrij grote oppervlakken bedekken.

De bladeren zijn drietallig samengesteld. De deelblaadjes zijn eirond tot ovaalvormig, 2 tot 6 cm lang en 1 tot 3 cm breed. De onderzijde is bleek en behaard, de bovenzijde donkergroen en licht glanzend. Kleine steunblaadjes (stipulae) zijn aanwezig aan de basis van elke bladsteel.

De bloemen zijn paarsroze tot lila, 6 tot 8 mm groot, en staan in schermvormige of trosvormige bloemstanden in de bladoksels en aan het uiteinde van de stengels. De bloeitijd loopt doorgaans van mei tot september, afhankelijk van het klimaat. In het tropische verspreidingsgebied bloeit de plant vrijwel het hele jaar. De bloemen zijn kleine vlinderbloemen met een brede standaard, twee vleugels en een kiel — de klassieke bouw van de Fabaceae. Insecten, vooral kleine bijen en hommels, bezoeken de bloemen regelmatig.

Na de bloei vormen zich de opvallende, gewrichtige peuldozen (lomenties) die in 3 tot 6 eenlezige segmenten uit elkaar vallen. Elk segment is overdekt met haakjesvormige haren die zich gemakkelijk hechten aan kleding, wol en dierenhaar. Dit is de belangrijkste verspreidingsstrategie van de plant: de zaden worden door dieren en mensen over grote afstanden verspreid.

Ideale standplaats

Desmodium incanum is een warmteminnende plant die het best gedijt op een zonnige tot licht halfschaduwige standplaats. In zijn oorspronggebied groeit hij op open, warme locaties waar de temperatuur het hele jaar door boven 15 graden C blijft. In een gematigd Europees klimaat kan hij in de volle grond worden geteeld in de warmste regio's — de Franse Riviera, de zuidkust van Engeland, de Spaanse kust — maar in de meeste delen van Nederland, Belgie en Duitsland wordt hij beter als eenjarige of kamerplant gehouden.

In een pot of bak op een zonnig terras of balkon bloeit Desmodium incanum uitstekend en biedt hij een subtropische sfeer. Zet de pot op de warmste plek, beschut tegen koude winden. Bij aanhoudende temperaturen onder 10 graden C moet de plant naar binnen worden gebracht. In een koele serre of op een zonnige vensterbank overwintert hij bij 10 tot 15 graden C.

Voor kamerteelt of als terrasplant is een standplaats bij een raam op het zuiden ideaal. De plant verdraagt lichte schaduw maar bloeit dan spaarzamer. Vermijd directe tocht en koude vloerlucht in de winter.

Grondvereisten

Desmodium incanum gedijt het best op lichte tot middelzware, goed doorlatende grond met een pH tussen 5,5 en 7,0. Als vlinderbloemige plant is hij in staat stikstof uit de lucht te binden via symbiotische Rhizobium-bacterien in de wortels — een eigenschap die hem waarde geeft als groenbemester of pionierplant op uitgeputte gronden.

De ideale grond is zandig tot zandleem, matig vruchtbaar en goed doorlatend. Op zware kleigrond is grondverbetering met zand en compost nodig om de doorlatendheid te verhogen. De plant verdraagt een matige bodemvochtigheid maar staat niet graag in permanent natte grond, wat wortelrot kan veroorzaken.

Voeg bij het poten een kleine hoeveelheid rijpe compost toe voor een goede start. Overmatige stikstofbemesting is niet nodig — dankzij de stikstofbinding kan de plant zichzelf voorzien van veel van zijn stikstofbehoefte. Kalium en fosfor zijn de meest waardevolle aanvullende voedingsstoffen voor een goede bloei en wortelopbouw.

Voor kamerteelt of terrasplanting werkt een mengsel van 60 procent tuingrond, 30 procent grof zand en 10 procent rijpe compost uitstekend. Zorg voor voldoende afvoer in de pot — een drainage­laag van grind of potscherven voorkomt wateroverlast.

Water geven

In zijn oorsprongsgebied is Desmodium incanum gewend aan een warm, wisselend vochtig klimaat met uitgesproken droge en natte seizoenen. In de tuin of pot water geven wanneer de bovenste laag grond (5 tot 10 cm) droog aanvoelt. In het groeiseizoen van mei tot september doorgaans tweemaal per week matig begieten; in drogere periodes en bij hoge temperaturen iets vaker.

De plant is tamelijk droogtebestendig zodra hij goed ingeworteld is, maar langdurige uitdroging leidt tot bladverlies en stagnerende groei. Vermijd wateroverlast: stagnant water in de wortelzone bevordert Pythium-wortelproblemen en kan de plant snel doden. Druppelbevloeiing of gietwater aan de basis van de plant is beter dan besproeien van het blad.

Tijdens de winterrust (oktober tot maart in gematigd klimaat) aanzienlijk minder water geven — eenmaal per week of zelfs minder, afhankelijk van de temperatuur. Hoe kouder de overwinteringsplaats, hoe minder water de plant nodig heeft. Bij temperaturen boven 18 graden C in de serre kan de plant doorgroeien en dan water geven als in het groeiseizoen.

Regenwater of zacht leidingwater is de voorkeur. Kalkrijk, hard leidingwater kan bij langdurig gebruik leiden tot kalkophoping in de potgrond en pH-stijging boven het optimale bereik.

Snoeien

Desmodium incanum heeft baat bij regelmatig snoeien om compact en bloeivaardig te blijven. Na de eerste bloeigolf in juni snijdt men de stengels terug tot ongeveer de helft van hun lengte. Dit stimuleert de vorming van zij­scheuten en een tweede rijke bloei in augustus en september.

Aan het einde van het groeiseizoen, in oktober, worden de stengels teruggesnoeid tot 10 tot 15 cm van de grond. Dit maakt een compacte overwinterende plant die minder ruimte inneemt en gemakkelijker naar binnen te brengen is. Verwijder gele of beschadigde bladeren gedurende het hele seizoen om de luchtstroom rond de plant te bevorderen.

Bij oudere exemplaren die te houten en kaal aan de basis worden, helpt een harde snoei in het voorjaar (terugsnoei tot 10 cm) de plant te verjongen. De Rhizobium-symbiose in de wortels blijft doorgaans intact bij snoeien, dus de stikstofbindende capaciteit wordt niet aangetast.

Verwijder de opvallende zaaddozen tijdig als u geen zaadverspreiding wenst — de haakjesharen hechten zich namelijk ook aan kleding en kunnen ongewild over de tuin of buiten de tuin worden verspreid.

Onderhoudskalender

Maart – April: Breng de overwinterde plant geleidelijk naar buiten zodra de nachttemperaturen boven 10 graden C blijven; snoei eventueel terug tot 10 cm om nieuwe uitloop te stimuleren; begin met normaal water geven.

Mei: Verpot indien nodig naar een grotere bak; voeg een startmeststof (NPK 7-7-7) toe; stel de plant buiten op een zonnige standplaats.

Juni: Eerste bloei; na uitbloeien terugsnoeien tot de helft; water geven tweemaal per week; eventueel bijmesten met vloeibare meststof.

Juli – Augustus: Rijkste bloei; houd de grond vochtig maar niet nat; verwijder zaaddozen tijdig; controleer op witte vlieg en spint bij droog weer.

September: Tweede bloeigolf afwachten; begin met verminderen van water geven; zaad oogsten indien gewenst.

Oktober: Stengels terugsnoeien tot 10 tot 15 cm; plant naar een vorstvrije, lichte ruimte brengen (10 tot 15 graden C).

November – Februari: Winterrust: weinig water, geen meststof, temperatuur boven 8 graden C houden.

Winterhardheid

Desmodium incanum is niet winterhard in het gematigde Europese klimaat. De plant verdraagt geen vorst en gaat bij aanhoudende temperaturen onder 0 graden C dood aan de grond. In USDA-hardheidszonering valt hij in zone 9 tot 11, wat overeenkomt met de subtropische en tropische kustgebieden van Europa — essentieel alleen de zuidelijkste kustgebieden van Spanje, Portugal en de Canarische Eilanden.

In Nederland, Belgie en Duitsland is Desmodium incanum uitsluitend te telen als pot- of terrasplant die in de winter naar een vorstvrije ruimte wordt gebracht. Minimumtemperatuur voor overwintering: 8 graden C. Een koele serre, een verwarmde kelder met licht, of een zonnige kamertemperatuur zijn geschikte overwinteringsplaatsen.

In de warmste regio's van Zuid-Europa (USDA zone 9, minimumtemperaturen van -6,6 tot -1,1 graden C) kan de plant buiten overwinteren met bescherming van de wortels door een dikke mulchlaag van 10 cm stroo of boomschors. De bovengrondse delen vriezen dan af, maar de wortels kunnen in het voorjaar opnieuw uitlopen.

Tuiniers die interesse hebben in vorstbestendige alternatieven voor bloeivaste, stikstofbindende planten, vinden op [gardenworld.app](https://gardenworld.app/nl/blog) meer inspiratie voor de groenere tuin.

Begeleidende planten

Desmodium incanum combineert goed met andere warme-klimaat-planten op een zonnig terras of in een mediterrane tuin:

  • Lantana camara — tropische heester met kleurrijke bloemen, vergelijkbare warmtebehoefte en onderhoudsvriendelijke kweek.
  • Portulaca grandiflora — laagblijvende vetplant met vlezig blad en felle bloemen, goed voor droge, zonnige plekken.
  • Cosmos sulphureus — oranje-gele cosmea die dezelfde lichte grond en volle zon prefereert.
  • Vigna unguiculata (koeieboon) — andere vlinderbloemige die stikstof bindt en in warmte-tuinen goed gedijt.
  • Solanum jasminoides — sterjasmijn als klimplant achter de desmodium, wit-blauw bloemenpracht in de zomer.
  • Tropaeolum majus (Oost-Indische kers) — bodembedekker met eetbare bloemen, goed voor warme, droge hoekjes.

Vermijd combinaties met vaste planten die vorstbestendig moeten zijn voor buiten overwintering — de combinatie van verzorging is onpraktisch als de desmodium toch naar binnen moet.

Afsluiting

Desmodium incanum is een charmante, stikstofbindende plant met fijne paarsroze bloemen die een subtropische sfeer brengt in de tuin. Als terras- of potplant in warme Europese klimaatgebieden of als kamerplant in koelere regio's levert hij maanden lang bloeiende decoratie. Zijn bijzondere vruchtjes — die zich hechten aan alles wat langs­komt — zijn zowel een botanische curiositeit als een vindingrijke verspreidingsstrategie van de natuur.

Wie meer wil weten over minder bekende but decoratieve vaste planten voor de moderne tuin, vult gardenworld.app met waardevolle inspiratie en praktische tuinontwerpen.

Gratis ontwerp

Wil je Desmodium incanum: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.

Upload een foto, kies je stijl en ontvang binnen 1 minuut een fotorealistisch ontwerp inclusief plantenlijst.

Start gratis

Geen creditcard nodig