Terug naar plantenencyclopedie
Anthemis secundiramea met witte madeliefjesachtige bloemen in kustlandschap
Asteraceae1 juni 202612 min

Anthemis secundiramea: complete gids

Anthemis secundiramea

Wil je Anthemis secundiramea: complete gids in jouw tuin zien?

1 minuut, geen creditcard

Start gratis ontwerp

Overzicht

Anthemis secundiramea is een kruidachtige plant uit de asterenfamilie (Asteraceae) die inheems is in het westelijke Middellandse Zeegebied. De soort groeit van nature op Sicilië, Sardinië, Corsica, de Balearen, het vasteland van Frankrijk en Italië, Noord-Afrika (Algerije, Tunesië) en in het Midden-Oosten (Libanon, Syrië). Ze is nauw verwant aan de gewone kamille (Anthemis arvensis) en de Marokkaanse kamille (Cladanthus mixtus), maar heeft een eigen karakteristieke groeivorm en verspreiding.

De soortnaam secundiramea verwijst naar de eenzijdig gerichte vertakkingen: de bloemstengels buigen allemaal naar dezelfde kant toe, wat de plant een asymmetrisch, los karakter geeft. Dit is ook de basis van de Franse naam anthémis à rameaux tournés d'un même côté. Als synoniem geldt onder meer Anthemis cossyrensis en Anthemis concinna (beide beschreven door Guss.).

In de tuin is Anthemis secundiramea een bijzondere keuze voor wie een authentiek mediterraan sfeer wil creëren. Ze bloeit van mei tot juni met kleine witte madeliefjesachtige bloemen met een geel hart, op los vertakte stengels van 20–40 cm hoogte. Op gardenworld.app zijn diverse mediterrane tuinontwerpen te vinden waarbij soorten als Anthemis en andere kalkbodemminnaars samen een zonnig, droog karakter aan de voortuin geven. De plant is een eenjarige tot tweejarige soort; in gunstige omstandigheden zaait ze zichzelf opnieuw uit en keert elk jaar terug.

Voor een authentieke mediterrane border of een droge voortuin met grindmulch is Anthemis secundiramea een aanrader. Ze vraagt weinig verzorging, staat goed op kalkrijke grond en trekt met haar bloemen tal van vlinders en bijen aan.

Verschijning & bloei

Anthemis secundiramea vormt een los, sterk vertakt plantje. De stengels zijn dunwandig, groenig en licht behaard. Ze bereiken een hoogte van 20–45 cm, waarbij de vertakkingen zich eenzijdig uitstrekken, waardoor de plant een licht gebogen, open structuur krijgt. De bladeren zijn dubbel geveerd (bipinnatifid) in smalle, lineaire slippen, vergelijkbaar met andere Anthemis-soorten. Ze zijn grijsgroen en licht geurig bij aanraking.

De bloemen verschijnen van mei tot juni. Elk bloemhoofd heeft witte lintbloemen rondom een geel, gewelfd middenschijfje. De bloemen zijn 2–3 cm in doorsnede, klein maar talrijk. De bloembodem is kegelvormig en onbehaald bij de typische vorm (var. gymnopoda), wat een diagnostisch kenmerk is ten opzichte van verwante soorten. Na bloei worden kleine nootachtige vruchten gevormd met een vlezige rand.

Variëteiten: De soort omvat diverse ondersoorten, waaronder subsp. intermedia (Anthemis intermedia Guss.), subsp. urvilleana (Anthemis urvilleana) en subsp. lopadusana, die kleine morfologische verschillen vertonen. Voor de tuin zijn deze onderscheidingen minder relevant; alle vormen gedragen zich als luchtige, vroeg bloeiende eenjarigen of tweejarigen.

Alle bloeitijden en bloemgroottes zijn gebaseerd op planten in mediterraan klimaat; in Nederland en België kan de bloei 2–3 weken later beginnen (laat mei – begin juli) bij een koelere lente. Bij warm, droog weer bloeit de plant uitbundiger en over een langere periode.

Ideale standplaats

Anthemis secundiramea vraagt een volle zon positie. In haar natuurlijke habitat groeit ze op open, stenige kustvlaktes, droge gazons en braakliggende kalkrijke gronden langs de Middellandse Zee. In de tuin nabootsen betekent: maximale zon, goede luchtcirculatie, droge grond. Een zuidgerichte border, een grindbed of een rotsdal zijn ideale locaties.

De plant verdraagt zoute lucht en kustomstandigheden goed; ze is inheems in kustregio's van Sicilië en de Balearen. In het Nederlandse binnenland kan ze op beschutte, zonnige plaatsen prima gedijen, al is ze in Noord-Nederland minder geschikt door hogere luchtvochtigheid. Plantafstand bij groepsplanting: 20–30 cm, zodat de planten voldoende licht en lucht krijgen voor een optimale bloei.

Vermijd plaatsen met stilstaand water na regen, zware schaduw of te rijke tuingrond. De plant gedijt het best op arme, goed doorlatende bodem in volle zon; op rijke, vochtige grond groeit ze weelderig maar bloeit minder en is gevoeliger voor meeldauw.

Grondvereisten

De bodemvoorkeur van Anthemis secundiramea is duidelijk en nauw aansluitend bij haar mediterrane herkomst. Ze gedijt op kalkrijke, goed doorlatende grond met een pH van 7,0 tot 7,5. In de natuur staat ze op kalkhoudende rotsbodem, kalkgrind en stenige kustgrond. Ze heeft een hoge bodemvruchtbaarheid (waarde 7 op de Ellenberg-schaal), wat erop wijst dat ze in haar biotoop op relatief rijke, maar goed doorlatende kalkbodem groeit.

In de tuin werkt een mengsel van gewone tuingrond met 30–40% grof kalkgrind het best. Voeg bij het planten in de voortuin per vierkante meter 1–2 kg fijn kalksteengrind toe en werk dit 15 cm diep in. Op zandgrond is dit vrijwel niet nodig; op kleigrond is het aan te raden om ook grof zand toe te voegen voor betere doorlatendheid.

Vermijd zure tuingrond (pH lager dan 6,5); op zure bodems mislukt de plant vrijwel altijd. Zuur heidesubstraat of veen zijn volstrekt ongeschikt. Test bij twijfel de pH met een eenvoudige bodemtestkit uit de tuinwinkel (Intratuin of Gamma) en corrigeer indien nodig met tuinkalk.

De plant heeft geen stikstofrijke bemesting nodig. Een eenmalige lichte strooiing van kalkmeststof in de vroege lente volstaat. Overdadige bemesting leidt tot overdadig blad en minder bloemen.

Water geven

Anthemis secundiramea is in haar volwassen fase uitgesproken droogtebestendig. Ze groeit van nature in een mediterraan klimaat met droge zomers en weinig neerslag. In de tuin is te weinig water altijd beter dan te veel.

Na uitzaai of uitplanten: geef de eerste vier weken regelmatig wat water om de kiemplantjes of jonge planten te helpen wortelen. Daarna is extra water geven in normale Nederlandse zomers nauwelijks nodig. Bij aanhoudende droogte van meer dan drie weken: één keer diep doordrenken in de vroege ochtend. Vermijd beregening 's avonds; vochtig blad 's nachts bevordert schimmelziekten.

In het herfst- en winterseizoen is waterafvoer de prioriteit: zorg dat er geen water stagneert rondom de plantenbasis. Bij zware regenval in combinatie met slechte drainage verrot de plant snel. Grindmulch rondom de planten helpt het bodemoppervlak snel te laten drogen na regen en vermindert spatwater op de bladeren.

Zelfuitgezaaide jonge plantjes in de lente zijn bijzonder gevoelig voor uitdroging; houd de bodem licht vochtig totdat ze vier echte bladeren hebben.

Snoeien

Anthemis secundiramea is een eenjarige tot tweejarige plant die na de bloei zaad zet en vervolgens afsterft. Snoeien in de traditionele zin is dan ook niet van toepassing. Wel zijn er een paar praktische maatregelen:

Voor een langere bloeiperiode: knip uitgebloeid materiaal regelmatig weg. Dit stimuleert de plant nieuwe zijbloemstengels te vormen en verlengt de bloei soms met enkele weken. Doe dit met een scherpe schaar dicht bij een zijtak.

Als zelfuitzaai gewenst is: laat enkele uitgebloeide bloemhoofdjes aan de plant rijpen en zaad laten vallen. De kleine zaadjes ontkiemen goed in kale, stenige grond. Verwijder de rest van de plant zodra ze volledig afgestorven is en composteer het materiaal.

Als zelfuitzaai ongewenst is: verwijder de plant na bloei volledig voor de zaadrijping en hark de grond na om losgekomen zaadjes te verwijderen.

Onderhoudskalender

Januari–februari: Controleer of jonge overwintering exemplaren (bij tweejarig gedrag) niet wegspoelen door neerslag. Verwijder dood plantmateriaal van het vorige seizoen.

Maart: Zaaien in een koude bak op een mengsel van potgrond en grind (1:1). Kiemtemperatuur: 15–18 graden C. Kiemtijd: 10–14 dagen.

April: Uitplantten na de vorstperiode. Plantafstand 20–30 cm op een zonnige, goed gedraineerde standplaats. Licht aandrukken en matig water geven.

Mei–juni: Bloeitijd. Geniet van de witte bloemenzee. Verwijder regelmatig uitgebloeid materiaal voor langere bloei.

Juni–juli: Zaadrijping. Besluit of zelfuitzaai gewenst is en handel erna.

Juli–augustus: Afstervende planten verwijderen, grond eventueel opnieuw bewerken voor een nieuwe zaaironde in de herfst (voor overwintering in milde gebieden).

September–oktober: Eventueel opnieuw zaaien voor vroege bloei volgend voorjaar (halfhardy aanpak). Grondverbetering met kalkgrind.

November–december: Rust. Eventuele jonge overwinteringrosetten afdekken met een laag fijn grind.

Winterhardheid

Anthemis secundiramea is een mediterrane soort die niet uitgesproken winterhard is. Als eenjarige overleeft de plant de winter sowieso niet; als tweejarige kan ze milde winters overleven in USDA-zone 8b–9a, wat overeenkomt met kustgebieden in Zuidwest-Frankrijk, Italië en Spanje.

In Nederland en België (USDA-zone 7b–8a) overleeft de plant strenge winters niet als tweejarige. Ze wordt dan ook het best behandeld als eenjarige: in het voorjaar zaaien, zomer bloeien, in de herfst verwijderen. In zachte winters aan de kust (Zeeland, Walcheren) kan een jonge rosette soms zonder bescherming overleven tot het volgende voorjaar.

For bescherming bij milde winters in zone 8a: dek jonge overwinteringsrosetten af met een laag van 3–4 cm grof grind of fijn gravel. Dit houdt de grond iets warmer en droogt snel na regen, wat de kans op wortelrot vermindert. Vlies of plastic folie is af te raden omdat dit vochtigheid vasthoudt.

Zelfuitzaai is de praktische oplossing in onze klimaatzone: laat de plant elk jaar zaad zetten op een beschutte, zonnige plek en ze verschijnt vanzelf terug in de lente.

Plantmaatjes

Anthemis secundiramea past in een mediterrane border of droge voortuin samen met soorten die vergelijkbare omstandigheden vragen: volle zon, kalkrijke grond, droogtebestendig. Goede metgezellen zijn:

  • Centranthus ruber (rode sporenstruik): mediterrane vaste plant met dieprode of roze bloemen, bloeit gelijktijdig en verdraagt vergelijkbare droge kalkbodem.
  • Erigeron karvinskianus (Karwinski's fijnstraal): kleine madeliefjesachtige bloemen in wit en roze, lange bloeitijd, vergelijkbare luchtige groeivorm.
  • Thymus vulgaris (gewone tijm): laagblijvende mediterrane heester, geurig, droogtebestendig, trekt bijen aan.
  • Lavandula angustifolia (lavendel): klassieke mediterrane metgezel, bloeit aansluitend in juni-juli, vergelijkbare bodem- en lichtvoorkeur.
  • Verbascum phoeniceum (Fenicisch koningskaars): slanke paarse bloempieken boven een basale rozet, verkiest ook droge, kalkrijke standplaatsen.
  • Allium roseum (roze sierui): bol dat goed combineert met de luchtige structuur van Anthemis, bloeit mei-juni in roze.

Een fotorealistisch ontwerp van jouw mediterrane voortuin, met een plantadvies op maat voor jouw specifieke standplaats en wensen, is tegenwoordig eenvoudig te realiseren.

Afsluiting

Anthemis secundiramea is een zeldzame gast in de Nederlandse tuin, maar een uiterst sierlijke één. De luchtige, los vertakte habitus, de overvloedige witte bloemen met geel hart en de uitstekende droogtetolerantie maken haar tot een verrassende keuze voor mediterrane borders, grindtuinen en droge voortuinen. Ze vraagt kalkrijke, goed doorlatende bodem en volle zon, stelt weinig andere eisen en beloont de tuinier met een zorgeloze bloei van mei tot juni.

Laat zelfuitzaai toe en de plant keert jaar op jaar terug. Combineer haar met lavendel, tijm en andere mediterrane soorten voor een authentiek zuiders karakter in jouw voortuin. Bezoek gardenworld.app voor meer inspiratie en een persoonlijk tuinontwerp dat jouw mediterrane tuindroom tot leven brengt.

Gratis ontwerp

Wil je Anthemis secundiramea: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.

Upload een foto, kies je stijl en ontvang binnen 1 minuut een fotorealistisch ontwerp inclusief plantenlijst.

Start gratis

Geen creditcard nodig