Terug naar plantenencyclopedie
Alchemilla inconcinna met karakteristiek hoekige bladlobben en kleine geelgroene bloemschermen in een bergachtige setting
Rosaceae6 juni 202612 min

Hoekige vrouwenmantel: complete gids

Alchemilla inconcinna

Wil je Hoekige vrouwenmantel: complete gids in jouw tuin zien?

1 minuut, geen creditcard

Start gratis ontwerp

Overzicht

Alchemilla inconcinna is een zeldzame en weinig bekende vrouwenmantelsoort met een verspreiding die beperkt is tot het berggebied van Zuidwest- en Midden-Europa: ze komt voor in de Pyreneen en Cantabrisch gebergte van Spanje, de Franse Alpen, Noord-Italie en Zwitserland. De soortnaam 'inconcinna' - Latijn voor 'onbeholpen' of 'onbevallig' - is enigszins misleidend, want in de tuin is de plant allesbehalve lelijk. De naam verwijst waarschijnlijk naar de iets onregelmatige, hoekige vorm van de bladlobben die de Zwitserse botanicus Robert Buser in 1893 opviel toen hij de soort voor het eerst beschreef. In de tuinwereld is ze nauwelijks bekend buiten alpentuin- en botanisch-tuinkringen, maar ze verdient een bredere toepassing in vochtige, halfschaduwrijke tuinhoeken. Op gardenworld.app vind je inspirerende tuinontwerpen met bijzondere vaste planten als deze voor authentieke, natuurlijke tuinstijlen.

De soort wordt in de botanische literatuur ook wel aangeduid met de synoniem Alchemilla alniformis of Alchemilla coriacea subsp. inconcinna. Ze behoort tot de familie Rosaceae en staat daarmee in goede plantengezelschap: rozen, bramen, aardbeien en appelbomen zijn haar familieleden.

Uiterlijk en bloeitijd

Alchemilla inconcinna vormt een rosetachtige bladmassa van gemiddeld 15 tot 30 cm hoog en 20 tot 35 cm breed. De bladeren zijn het meest kenmerkende element: handvormig verdeeld in zeven tot negen lobben die een uitgesproken hoekige, bijna rechthoekige contouren hebben - vandaar de naam 'eckig' in het Duits (Eckiger Frauenmantel). Dit onderscheidt de soort van Alchemilla fissa, waarbij de lobben dieper en spitser zijn, en van Alchemilla mollis, waarbij ze ronder en vlakker zijn. De bladtextuur is vrij stevig en enigszins leerachtig, de onderzijde van het blad is zacht behaard.

Een bijzonder sierlijk aspect van alle vrouwenmantelsoorten, en ook van deze, is de manier waarop regendruppels of ochtenddauw als glanzende parels in de holte van de bladeren blijven staan. Dit komt door de hydrofobe eigenschap van het bladoppervlak die er voor zorgt dat water niet opgenomen wordt maar als bolletjes blijft liggen - een verschijnsel dat middeleeuwse alchemisten zozeer fascineerde dat ze dit 'hemels water' als bijzonder magisch beschouwden.

De bloei begint in mei en loopt door tot in juli. De bloemstelen rijzen op boven de bladrozet en dragen fijnvertakte pluimen van kleine, geelgroene bloempjes. Net als bij andere Alchemilla-soorten zijn de bloemen strikt genomen petalenloos: de kleur wordt bepaald door de kelkblaadjes. De bloemschermen zijn luchtig en schuimig van karakter, wat prachtig contrasteert met de ietwat stevige bladeren.

Ideale standplaats

Alchemilla inconcinna stamt uit berggebieden op grotere hoogte, waardoor ze gewend is aan koele temperaturen, hoge luchtvochtigheid en een bodem die zelden volledig uitdroogt. In cultuur vertaalt dit zich naar een voorkeur voor een open tot licht beschaduwde standplaats: volle zon is prima mits er voldoende bodemvochtigheid is, volle schaduw is minder geschikt. De soort heeft een hoge vochtindex (9) en een vrij hoge lichtvoorkeur (8), een combinatie die je typisch vindt bij planten van vochtige, open berghellingen.

In de tuin is ze bijzonder geschikt voor vochtige, open tot halfschaduwrijke plekken: langs een tuinvijver of waterloop, in een vorstbeschutte, vochtige greppel of aan de rand van een regenwatertuin. Ze kan ook goed functioneren als bodembedekker in een noordelijke border of als rand langs een natuurlijk ogende grindpad. Bergtuinen en rotstuinen zijn de meest voor de hand liggende setting, maar ze past net zo goed in een gewone vaste-plantenborder mits de bodemvochtigheid gewaarborgd is.

Bodem

Alchemilla inconcinna verkiest een duidelijk zure tot licht zure bodem: de optimale pH ligt tussen 5,0 en 5,5. Dit is een opvallend andere voorkeur dan bij Alchemilla incisa (neutraal tot licht alkalisch) en overeenkomstig met die van heide- en veengebiedplanten. In combinatie met de hoge vochtbehoefte betekent dit dat ze het beste gedijt op licht zure, humeuze grond met een goede vochtvastheid.

Bosgrond of heidegrond is ideaal. Op kalkhoudende grond groeit ze niet goed; als uw tuin kalkhoudend is, kunt u de standplaats verbeteren door een mengsel van turfmolm en zure compost in te graven. Kleirijke grond met een lage pH is ook geschikt, mits de drainage voldoende is. Vermijd zware klei die 's winters langdurig nat blijft. Een jaarlijkse mulchlaag van zure compost (naaldcompact, dennennaaldenmulch of bladcompost van eiken en beuken) helpt de zuurgraad te handhaven en de bodemvochtigheid te stabiliseren.

Watergift

Door haar herkomst in vochtige berggebieden heeft Alchemilla inconcinna een hoge vochtbehoefte. In de meeste tuinen is bijgieten nodig, zeker in droge zomers. Regen wordt doorgaans snel opgenomen op de zandige bergbodems waar ze van nature voorkomt, maar in de tuin dient de bodem altijd enigszins vochtig te blijven - nooit volledig uitdrogend, maar ook nooit wateroverlast.

Giet bij voorkeur aan de voet van de plant en vermijd langdurig natspuiten van het blad, want hoewel de plant vochtig staat, bevordert nat blijvend blad schimmelziekten. Een mulchlaag van 5 tot 7 cm dikte is sterk aan te raden: deze houdt de bodem koel en vochtig, wat overeenkomt met de koele bergomstandigheden waaraan de plant gewend is. Kies voor een zure mulchsoort (dennennaaldenmulch, eiken-/beukenbladcompost) om de bodemzuurgraad te handhaven.

Snoeien

Alchemilla inconcinna heeft weinig snoei nodig. Na de bloei in juli is het raadzaam de bloemstelen terug te snijden tot boven de bladrozet. Dit beperkt de zelfuitzaaiing en stimuleert de plant tot het vormen van fris blad voor de rest van de zomer. Op gunstige, vochtige standplaatsen kan de plant vrij royaal zaaien; als je verspreiding wilt beperken, snoeien voor het zaad rijp is.

In het vroege voorjaar verwijder je het achtergebleven winterblad. De soort is halfgroenblijvend: in milde winters kan de bladrozet gedeeltelijk groen blijven, maar na stevige vorst worden de bladeren bruin. Verwijder dit beschadigde materiaal voor de nieuwe scheuten zich ontvouwen in maart of april. Een zachte tijdsnoeisessie met een handschaartje is daarvoor voldoende. Verdere snoei gedurende de zomer is niet noodzakelijk tenzij beschadigd of ziek blad verwijderd moet worden.

Onderhoudskalender

Maart: verwijder oud winterblad; maak ruimte voor de jonge scheuten. April: eerste verse bladeren verschijnen; voeg zure compost toe als mulch rondom de plant. Mei: de plant staat er mooi bij; bloemknoppen worden zichtbaar. Juni: vroege bloei; bijgieten bij droogte, mulchlaag controleren. Juli: volle bloei en begin verbloeien; bloemstelen terugknippen voor zelfuitzaai. Augustus: frisse nieuwe bladgroei na snoei; plant blijft aantrekkelijk. September: rustige groeiperiode, minimaal onderhoud. Oktober: bladkleur vervaagt; laat de bladeren als bescherming voor de wortels. November: extra mulch aanbrengen bij aanhoudende koude. December tot februari: rustfase; geen actie nodig.

Winterhardheid

Alchemilla inconcinna is een betrouwbare winterharde vaste plant voor de USDA-zones 4 tot en met 7. Ze kan temperaturen tot circa -25 graden Celsius verdragen zonder schade aan het wortelstelsel. In haar Alpiene en Pyreneesche herkomst is ze gewend aan harde, sneeuwrijke winters; juist de sneeuwdekking in berggebieden beschermt de wortels in de strenge vorstperiodes. In de Lage Landen, waar zware sneeuwdekking zeldzamer is maar de vorstperiodes ook minder extreem, groeit ze probleemloos door zonder extra bescherming.

In strenge winters zonder sneeuwdekking op windblootgestelde plekken is een lichte mulchlaag aan te raden. De bovengrondse delen sterven bij sterke vorst terug, maar de wortels blijven intact en de plant herstart krachtig in het voorjaar. Bijzondere vorstbeschermingsmaatregelen zijn voor de doorsnee Nederlandse of Belgische tuin niet nodig.

Combinatieplanten

Voor de optimale presentatie van Alchemilla inconcinna zijn combinaties met planten die dezelfde voorkeur voor vochtige, licht zure grond en open tot halfschaduwrijke omstandigheden verkiezen het meest logisch. Primula elatior en andere sleutelbloemen - soorten die ook in vochtige berggebieden groeien - passen uitstekend als vroege voorjaarsbegeleiders. Cardamine pratensis (pinksterbloem) floreert in vergelijkbare omstandigheden.

Voor de hogere laag in dezelfde border werken Trollius (boterbloem) en Lysimachia vulgaris (gewone wederik) goed samen. In een nattere omgeving past Filipendula ulmaria (moerasspirea) als grotere metgezel. Lage rododendrons en struikhei zijn ook goede buren als de bodem sterk zuur is. Carex-soorten en lage varens ronden de planting af met textuur. Bezoek gardenworld.app voor professionele plantadvies en complete tuinontwerpen met bijzondere bergplanten.

Afsluiting

Alchemilla inconcinna is een botanische zeldzaamheid die buiten bergtuinen en botanische collecties amper wordt gekweekt. Dat is jammer, want ze is een sierlijke, interessante vaste plant die uitstekend past in vochtige, licht zure tuinhoeken. Haar hoekige, karakteristieke bladeren onderscheiden haar van andere vrouwenmantelsoorten, en de luchtige bloemschermen zijn even charmant als bij haar beter bekende familieleden. Ze is winterhard, vraagt weinig snoei en is eenmaal ingeplant nauwelijks kieskeurig. Zoek haar bij gespecialiseerde alpenkwekerijbedrijven of plantenverzamelaars; bij Intratuin of Gamma zal ze zelden te vinden zijn, maar online kwekerijwinkels voor bijzondere vaste planten zijn een goede bron.

Gratis ontwerp

Wil je Hoekige vrouwenmantel: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.

Upload een foto, kies je stijl en ontvang binnen 1 minuut een fotorealistisch ontwerp inclusief plantenlijst.

Start gratis

Geen creditcard nodig