Terug naar plantenencyclopedie
Taraxacum sellandii plant met gele bloemen
Asteraceae1 juni 202612 min

Taraxacum sellandii: complete gids

Taraxacum sellandii

Wil je Taraxacum sellandii: complete gids in jouw tuin zien?

1 minuut, geen creditcard

Start gratis ontwerp

Overzicht

Taraxacum sellandii is een zeldzame, inheemse paardenbloem die behoort tot de familie Asteraceae en het omvangrijke geslacht Taraxacum. De soort werd in 1925 beschreven door de Zweedse botanicus Gustav Dahlstedt op basis van materiaal uit Noorwegen. De naam eert de Noorse botanicus Johan Selland. In de botanische literatuur staat de soort ook bekend onder het synoniem Taraxacum granvinense Dahlst.

De soort is inheems in een breed gebied van noordwest- en noordelijk Europa: Nederland, België, Duitsland, Groot-Brittannië, Ierland, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Polen en Noord-Europees Rusland. Dit areaal overlapt grotendeels met andere verwante microsoorten van de sectie Taraxacum, waartoe de gewone paardenbloem behoort. Het onderscheiden van deze microsoorten vereist ervaring in de veldmorfologie, maar Taraxacum sellandii heeft enkele consistente kenmerken die het herkennen vergemakkelijken.

Voor tuiniers en wilde-plantenliefhebbers is Taraxacum sellandii een waardevolle toevoeging aan een bloemenweide, een inheemse plantenborder of een ecologisch ingerichte tuin. De gele bloemen bloeien vroeg — in april en mei — en leveren een kritieke bijdrage aan de vroege nectar- en stuifmeelvoorraden voor bijen, hommels en zweefvliegen. Op [gardenworld.app](https://gardenworld.app) kunt u uw voortuin laten ontwerpen met inheemse wilde planten als hoeksteen van een ecologisch bewuste aanpak.

De plant heeft de typische bouw van een paardenbloem: een bladrozet vlak bij de grond, holle stelen die eindigen in één geel bloemhoofd, en na de bloei een pluizige zaadbol. De pH-voorkeur ligt bij 6,5 tot 7,0 — iets hoger dan sommige verwante soorten — wat de plant geschikt maakt voor neutrale tot licht kalkrijke bodems. De bodem moet goed doorlatend zijn en matig vochtig.

Taraxacum sellandii heeft een hoge lichtbehoefte (lichtwaarde 8 op de standaard ecologische schaal) en groeit het best op open, zonnige standplaatsen. De plant heeft een neutrale vochthuishouding (waarde 5) en gedijt op bodems met een goede maar niet overmatige voedingsstatus.

Verschijning en bloei

Taraxacum sellandii vormt een vlakliggende bladrozet met diep ingesneden, runcinate-pinnatilobate bladeren die typisch 15-30 cm lang worden. De bladeren zijn middelgroen op de bovenzijde, soms met een paarsrode tint op de middennerf en bladsteel. De bladlobbens zijn scherp getand en hebben een karakteristieke vorm die Dahlstedt in zijn originele beschrijving nauwkeurig omschreef.

De bloei begint in april en duurt tot in mei, met soms een tweede, bescheidener bloei in september-oktober bij warm herfstweer. Elke holle, opgaande stengel is 10-35 cm lang en draagt één bloemhoofd van 3-5 cm doorsnede. De ligulaire bloempjes zijn helder goudgeel, veelrijig gerangschikt, en staan 's ochtends en bij zon volledig open; bij bewolking en 's nachts sluiten ze. De binnenste bloempjes zijn iets lichter geel dan de buitenste.

Na de bloei rijpen de akenen in 10-14 dagen. De pluizige zaadbol is 3-5 cm in doorsnede en bestaat uit tientallen akenen met een witte pappcirkel. De zaden worden door zelfs een lichte bries meegenomen en kunnen tientallen meters vliegen. De plant bevat in alle delen melksap — wit, bitter en latexachtig — dat vraat afwerende eigenschappen heeft.

De penwurtel is lang, rechtlijnig en robuust, soms meer dan 30 cm diep in de grond reikend. Door deze diepe beworteling is de plant zeer droogtetolerant en moeilijk volledig uit te roeien als ze eenmaal is ingezaaid.

Ideale standplaats

Taraxacum sellandii is een veeleisende lichtplant met een hoge lichtwaarde (8 op de ecologische schaal). De plant heeft minimaal 6-8 uur direct zonlicht per dag nodig voor een optimale bloei. Lichte ochtend- of avondschaduw is acceptabel, maar langdurige beschaduwing is ongunstig. Diepe schaduw onder dichte bomen of dichte heesters tolereert de plant niet.

In zijn natuurlijke leefomgeving groeit Taraxacum sellandii op onbemeste graslanden, weilanden, open dijkhellingen, stroomdalgraslanden en bermen. In de tuin is een zonnige plek in een bloemenweide, langs een tuinpad, op een bloemrijk grasland of in een wilde border uitstekend.

De plant verdraagt enige vertrapping en groeit ook op enigszins verstoorde bodems, maar is op zijn best op langdurig onbeheerde, extensief gemaaide terreinen. Vermijd plekken met permanente bodemvochtigheid of stagnerend water, want de penwurtel is gevoelig voor wortelrot bij langdurige nattigheid.

Een tweede overweging voor de standplaats: vermijd intensief gemaaide gazons. Op een gazon dat elke drie tot vier weken wordt gemaaid overleven paardenbloemen, maar kunnen ze hun bloempotentieel niet volledig benutten. Op een bloemenweidemix die één of twee keer per jaar wordt gemaaid — laat in de zomer en eventueel in de herfst — bloeit Taraxacum sellandii volop en draagt het bij aan een rijke insectenpopulatie.

Grondvereisten

Taraxacum sellandii heeft een lichte voorkeur voor neutrale tot licht basische bodems, met een optimale pH van 6,5 tot 7,0. Dit onderscheidt de soort van sommige verwante microsoorten die licht zure bodems (pH 5,5-6,5) prefereren. Op kalkrijke bodems, leem en klei gedijt de plant goed. Zandige bodems zijn minder ideaal tenzij ze voldoende organisch materiaal bevatten.

De bodem moet goed doorlatend zijn maar voldoende vochthoudend om de plant door droge perioden te helpen zonder irrigatie. Zware kleigrond met slechte doorlatendheid is minder geschikt, maar kan worden verbeterd door het inmengen van grove zand en rijpe compost. Voeg bij het aanleggen op arme bodems 5-8 cm rijpe compost in.

Matigtvoedselrijke bodem is ideaal: de plant gedijt beter op niet te sterk bemeste grond. Op hoog stikstof bodems groeien grassen en ruigtekruiden die de paardenbloem kunnen verdringen. Kunstmest is dus ongewenst in een wilde hoek of bloemenweide. De lange penwurtel verbetert de bodemstructuur doordat hij de grond luchtig houdt en mineralen van diepere lagen ophaalt. Dit maakt de soort ook ecologisch waardevol als bodemverbeteraar.

Water geven

Taraxacum sellandii is droogtetolerant door zijn diepe penwurtel en vraagt in de meeste Nederlandse en Belgische tuinen geen extra bewatering. De wortels reiken ver genoeg om water te onttrekken uit lagen die na een droge periode nog vochtig zijn. Alleen bij uitzonderlijk lange, droge zomers van meerdere weken zonder neerslag kan de plant er baat bij hebben één keer per week goed te worden doorgegoten.

In de eerste weken na het uitplanten van jonge planten of na het inzaaien is regelmatig water geven van belang. Water twee à drie keer per week totdat de planten stevig zijn beworteld, daarna afbouwen naar nul of minimaal. Jonge zaailingen zijn gevoeliger voor droogte dan volwassen planten met een ontwikkelde penwurtel.

Vermijd overmatig water geven ten allen tijde: te natte bodem en stagnerend water zijn de voornaamste oorzaken van wortelrot en uitval bij paardenbloemen. Druppelbevloeiing is, indien nodig, de beste methode; besprenkel nooit de rozet of het blad, want permanent vochtige bladeren bevorderen schimmelziekten. Water geven doe je het liefst vroeg in de ochtend.

In de winter heeft de plant vrijwel geen water nodig. De rozet is actief maar groeit langzaam. Bij aanhoudende vorst gecombineerd met droogte kan een lichte bewatering eens per twee tot drie weken nuttig zijn om de wortels van uitdroging te behoeden.

Snoeien

Taraxacum sellandii vraagt geen snoeiwerk in de traditionele zin van het woord. De plant is een rozetvormer zonder houtige stengels of takken. Wel zijn er enkele praktische handelingen die het beheer vergemakkelijken:

Beheersing van zelfuitzaaiing: als u de verspreiding van zaden wilt beperken, verwijder dan de verwelkte bloemen vóórdat de pluizige zaadbol is gevormd. Knip de stengel met een schaar af op grondniveau zodra de bloemblaadjes zijn gevallen en het omhulsel (involucrum) zich begint te sluiten. In een formele tuin is dit de voornaamste beheershandeling. In een wilde bloemenweide kunt u de zaden laten verspreiden voor een natuurlijke uitbreiding.

Voorlaarste opruim: verwijder in het vroege voorjaar (maart) dode of verwelkte bladeren uit de rozet. Dit is puur cosmetisch en verbetert de uitstraling van het perk.

Verwijdering: om de plant volledig te verwijderen, trek de volledige penwurtel eruit. Een smalle bordervork of een speciaal paardenbloemuitsteker is het beste gereedschap. De grond moet licht vochtig zijn voor een schone extractie. Elk achtergebleven wortelstuk kan regenereren.

Onderhoudskalender

Januari-februari: Rustperiode. De groenblijvende rozet is aanwezig maar de plant groeit nauwelijks. Geen werkzaamheden nodig. Bij langdurige vorst van -10 °C of lager kan een dun mulchlaagje stro of gedroogde bladeren bescherming bieden.

Maart: De plant ontwaakt zodra de temperaturen oplopen tot boven 5 °C. Verwijder eventuele dode bladeren. Op arme bodems kunt u een dun laagje rijpe compost rondom de plant aanbrengen. Eerste bloemknoppen kunnen eind maart verschijnen.

April-mei: Hoofdbloei. Laat de bloemen staan voor bestuivende insecten. Verwijder verwelkte bloemhoofdjes daarna als u de zaadverspreiding wilt beperken. Dit is de meest waardevolle periode voor vroege bestuivers.

Juni-juli: Na de hoofdbloeigolf trekt de plant terug. Omliggende planten groeien weelderig en kunnen de rozet beschaduwen. Verwijder agressief concurrerende ruigteplanten indien nodig.

Augustus-september: Minimale verzorging. Water geven alleen bij extreme droogte. Eind augustus hervat de plant zijn bladgroei. Een tweede, lichtere bloei is mogelijk in september.

Oktober-november: Mogelijke herfstherbloei. De bladrozet blijft aanwezig door de winter. Mulch met een dun laagje bladeren bij het naderen van de eerste forse vorst.

December: Rustperiode. Geen werkzaamheden nodig.

Winterhardheid

Taraxacum sellandii is uitstekend winterhard. De soort is inheems in Noord-Europees Rusland en Scandinavië, gebieden met strenge continentale en subarctische winters. De plant verdraagt zonder problemen temperaturen van -20 °C en lager. In USDA-zones 4 tot 9 groeit de plant zonder enige winterbescherming.

In Nederland, België, Duitsland en Noord-Frankrijk zijn winterse temperaturen nooit een bedreiging voor deze soort. De bladrozet blijft het hele jaar door aanwezig; bij strenge vorst kunnen de buitenste bladeren licht bevriezen, maar de plant herstelt volledig bij het opwarmen. Sneeuwdek werkt isolerend en is gunstig voor de wortelzone.

Beregening of afdekking in de winter is niet nodig. Enige voorzorgsmaatregel in extreem koude winters (berggebieden, continentaal klimaat) is een dun mulchlaagje over de wortels bij langdurige vorst beneden -15 °C. Op [gardenworld.app](https://gardenworld.app/nl/planten) vindt u meer tips over winterharde inheemse planten voor de Nederlandsen Belgische tuin.

Plantgenoten

Taraxacum sellandii past uitstekend in een bloemenweidemix met andere inheemse grassoorten en kruidachtige planten. Goede combinaties zijn:

  • Achillea millefolium (duizendblad): witte tot roze bloemen van juni tot augustus, vult de ruimte na de paardenbloemhooibloei.
  • Leucanthemum vulgare (margriet): grote witte bloemen in mei-juli, vergelijkbare open standplaatsvereisten.
  • Ranunculus acris (scherpe boterbloem): vroege gele bloei, dezelfde open weilandvoorkeur, vormt samen met de paardenbloem een geel tapijt.
  • Trifolium pratense (rode klaver): stikstofbinder, bloemrijk en bijvriendelijk, werkt synergetisch met paardenbloemen voor insectenleven.
  • Geranium pratense (beemdooievaarsbek): forse blauwe bloemen in juni-juli, mooi hoog boven de lage rozetplanten.
  • Prunella vulgaris (brunel): paarse bloemen in de zomer, laagblijvend, verdraagt dezelfde omstandigheden.
  • Campanula rotundifolia (grasklokje): fijne blauwe klokjes, geeft herfstkleur na de paardenbloemhoogte.

Vermijd de combinatie met te agressieve vaste planten of grassen die de rozetplant overschaduwen. In een bloemenweide met extensief maaibeheer vindt Taraxacum sellandii de meest gunstige omstandigheden.

Afsluiting

Taraxacum sellandii is een botanisch interessante, ecologisch waardevolle inheemse paardenbloem die bijdraagt aan de biodiversiteit van elke wilde tuin of bloemenweide. Met zijn vroege gele bloemen, zijn hoge lichtbehoefte, zijn voorkeur voor neutrale tot licht basische bodems (pH 6,5-7,0) en zijn uitstekende winterhardheid is dit een betrouwbare, onderhoudsvriendelijke keuze voor tuiniers die de natuur willen ondersteunen.

De plant stelt geen hoge eisen: volle zon, goed doorlatende grond, geen kunstmest, een extensief maaibeheer. In ruil levert hij jaarlijks een trouwe bloei, waardevolle nectar voor vroege bestuivers en een directe bijdrage aan het herstel van de inheemse flora in de Nederlandse en Belgische tuin.

Gratis ontwerp

Wil je Taraxacum sellandii: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.

Upload een foto, kies je stijl en ontvang binnen 1 minuut een fotorealistisch ontwerp inclusief plantenlijst.

Start gratis

Geen creditcard nodig