Terug naar plantenencyclopedie
Pyreneees nagelkruid met gele bloemen in rotsachtige bergomgeving
Rosaceae4 juni 202612 min

Pyreneees nagelkruid: complete gids

Geum pyrenaicum

Wil je Pyreneees nagelkruid: complete gids in jouw tuin zien?

1 minuut, geen creditcard

Start gratis ontwerp

Overzicht

Het Pyreneees nagelkruid (Geum pyrenaicum) is een zeldzame en sierlijke bergplant die uitsluitend in de Pyreneen op Europees vasteland thuishoort. Het werd in 1768 door de Schotse botanicus Philip Miller wetenschappelijk beschreven op basis van exemplaren uit het grensgebergte tussen Frankrijk en Spanje. Het behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae) en staat ook bekend als benoite des Pyrenees in het Frans.

In zijn natuurlijke habitat groeit het Pyreneees nagelkruid op vochtige bergweiden, langs bergstroompjes en op rotsige plekken op hoogten van 1500 tot 2800 meter. Het gedijt op goed doorlatende, eerder voedselrijke gronden met een neutrale tot licht zure zuurgraad. De plant heeft een bijzondere uitstraling: na de gele bloemen in de zomer vormt ze opvallende, vedervormige vruchtkluwens die weken lang decoratief blijven.

Voor tuiniers biedt dit nagelkruid een charmante combinatie van zomerse bloemen en langdurige sierwaarde door de vruchtjes. Het is een vaste plant die door weinig mensen gekend is maar zeker het waard is om in de juiste setting te planten. In grotere tuinen met een informeel of naturalistisch karakter past het Pyreneees nagelkruid uitstekend in borders bij beken, vijverranden of in halfschaduwrijke bergtuinen.

De soort is nauw verwant aan het gewoon nagelkruid (Geum urbanum) en het bergnagelkruid (Geum montanum), twee soorten die ook in West-Europa voorkomen. In vergelijking met het gewone nagelkruid heeft de Pyreneees variant grotere en opvallendere bloemen en is de vruchtvorming spectaculairder.

Verschijning en bloei

Het Pyreneees nagelkruid vormt een rozette van diepgroene, veerdelig samengestelde bladeren aan de basis. De bladeren zijn licht behaard en hebben een ruw oppervlak. De basisbladen zijn groot en onregelmatig gelobt; de stengelbladeren worden naar boven toe kleiner en eenvoudiger van vorm.

De bloemstelen worden 20-50 cm hoog en dragen aan de top 1-3 bloemen. De bloemen zijn felgeel, vijfbladig en 2-3 cm breed, vergelijkbaar met een kleine boterbloem of wilde roos. Ze verschijnen in juli en augustus, laat in het seizoen voor een bergplant.

Na de bloei ontwikkelen zich de opvallendste sierelementen: de vruchtkluwens. Elke vrucht bestaat uit tientallen kleine achenen met lange, vedervormige stijlen die samen een pluizige bal vormen van 2-4 cm doorsnede. Deze vruchtkluwens blijven weken lang aan de plant en worden roodbruin naarmate ze rijpen. In de herfst vallen ze uiteen en verspreiden de zaden door de wind.

De bladeren kleuren in de herfst fraai geelgroen en roodbruin voor ze afsterven. In mildere winters kunnen basisbladeren overleven, waarna de plant in het voorjaar vroeg weer uitloopt.

Ideale standplaats

Het Pyreneees nagelkruid gedijt het best op een halfschaduwige tot licht zonnige positie. In zijn berghabitat groeit het vaker aan de schaduwzijde van rotsen of onder lage struiken dan op volledig open plekken. In tuinen vertaalt dit zich naar:

  • De oever van een vijver of beek
  • Een halfschaduwige border onder luchtige bomen
  • Een naturalistisch bloemenperk met andere zomerbloeiende vaste planten
  • Een schaduwrijke rotshelling of terrasmuur
  • Een vochtrijke bergtuinsetting

Vermijd droge, zonnige posities waar de bodem snel uitdroogt in de zomer. De plant verdraagt tijdelijke droogte, maar bloeit beter en produceert mooiere vruchtkluwens bij voldoende vochtigheid.

In de Benelux en Noord-Frankrijk is de plant weinig bekend bij tuincentra, maar gespecialiseerde kwekerijen voor bergplanten en vaste planten voeren soms cultivars van verwante soorten die een vergelijkbare uitstraling hebben. Vraag ernaar bij Intratuin in de afdeling vaste planten of bij gespecialiseerde plantenkwekers.

Grondvereisten

Het Pyreneees nagelkruid stelt gematigde eisen aan de bodem. Het gedijt op:

  • Goed doorlatende, humusrijke grond
  • pH 6,5-7,0 (neutraal tot licht zuur)
  • Redelijk voedselrijke grond
  • Vochthoudende maar niet drassige bodem

In tegenstelling tot de smalbladige gentiaan die kalkgrond vereist, voelt het Pyreneees nagelkruid zich het beste op gronden met voldoende organisch materiaal. Voeg bij het planten altijd rijpe compost of tuinturf toe om de watervasthoudende capaciteit te verbeteren.

In tuinen met zware kleigrond kun je drainage verbeteren door zand en grind toe te voegen. Op lichte zandgronden is extra compost en mulchen met houtsnippers of bladcompost aan te raden om uitdroging te beperken.

Vermijd te zure bodems (pH onder 6) en te natte plaatsen waar water stagneert in de winter. Chronisch natte grond leidt tot wortelrot.

Water geven

Het Pyreneees nagelkruid heeft matige tot goede vochtigheid nodig. In zijn berghabitat heeft het de beschikking over smeltwater en regelmatige neerslag. In tuinen vertaalt dit zich naar:

  • Regelmatig water geven tijdens de bloeiperiode in juli-augustus
  • Extra aandacht tijdens droge perioden in de zomer
  • In voorjaar en herfst is regenwater doorgaans voldoende
  • In de winter: draineer goed; geen extra water nodig bij normale regenval

Een goede mulchlaag van 5-8 cm (bladcompost of houtsnippers) rondom de plant helpt de bodemvochtigheid te bewaren en onkruid te onderdrukken. Ververs de mulch jaarlijks in de lente.

In perioden van langdurige droogte kunnen de bladeren wat slap worden. Water geven aan de voet van de plant (niet van bovenaf op het blad spuiten) helpt snel. Vermijd overgieten: stilstaand water is net zo schadelijk als langdurige droogte.

Snoeien

Het Pyreneees nagelkruid vraagt weinig snoeiwerk. Volg deze eenvoudige richtlijnen:

Na de bloei (augustus-september): Laat de vruchtkluwens zo lang mogelijk staan - ze zijn decoratief en bieden zaad voor vogels en zelfzaaiing. Verwijder ze pas als ze volledig uitgevallen zijn.

In het najaar (oktober-november): Verwijder afgestorven stengels en oud blad. Laat de basisbladeren staan als ze nog groen zijn; ze beschermen de wortelkroon.

In het vroege voorjaar (maart): Verwijder al het oude, bruine blad vlak voordat het nieuwe groen uitloopt.

Verdelen: Deel de plant elke 3-4 jaar in het vroege voorjaar of vroege najaar om vigor te behouden. Elk stukje wortelstok met een paar bladuitlopers groeit uit tot een nieuwe plant.

Snoeien voor de bloei is af te raden: de bloemstelen verschijnen vanuit de wortelkroon en terugsnijden verwijdert potentiele bloemen.

Onderhoudskalender

Maart: Verwijder oud blad; breng verse compost aan rondom de plant.
April-mei: Nieuwe bladrozetten verschijnen; controleer op slakken bij jonge planten.
Juni: Bloemstelen beginnen te verschijnen; mulch aanbrengen als dit nog niet gedaan is.
Juli-augustus: Bloeiperiode; water geven bij droogte.
Augustus-september: Vruchtkluwens sieren de tuin; laat ze staan.
Oktober: Vruchtkluwens vallen uiteen; zaad verspreidt zich.
November: Afgestorven stengels en oud blad verwijderen.
December-februari: Rust; geen onderhoud nodig.

Winterhardheid

Het Pyreneees nagelkruid is een stevige bergplant die goed bestand is tegen koude. In zijn Pyreneees habitat overleeft het temperaturen ver onder -20 °C, beschermd door sneeuw. In tuinen in de Benelux en Noord-Frankrijk is de plant winterhard tot USDA zone 5-6, wat neerkomt op minimumtemperaturen van -23 tot -15 °C.

In de Benelux is bescherming zelden nodig. De plant trekt zich in de winter terug in de wortelkroon en de basisbladeren. Alleen bij langdurige vorst zonder sneeuwdek op kale grond kan het nuttig zijn een laag droog stro of bladeren over de wortelkroon te leggen.

In natte winters is drainage belangrijker dan bescherming tegen kou: chronisch waterloze grond is gevaarlijker dan strenge vorst. Zorg dat de standplaats nooit langdurig blank staat in de winter.

Plantmaatjes

Het Pyreneees nagelkruid past uitstekend in een naturalistisch of informeel tuinontwerp. Goede metgezellen zijn:

  • Geum rivale (knikkend nagelkruid): oranje-roze bloemen in de lente, liefhebber van vochtige bodems
  • Geum montanum (bergnagelkruid): gele zomerbloemen op vergelijkbare hoogte
  • Astrantia major (zeeuws knoopje): wit-roze bloemen met fraaie kransen in halfschaduw
  • Geranium sylvaticum (bosooievaarsbek): blauw-violette bloemen voor een kleurcontrast
  • Filipendula ulmaria (moerasspiraea): witte pluimen in zomerse vochtige borders
  • Primula vulgaris (sleutelbloem): vroege gele bloemen die de bloeicyclus opstarten
  • Polemonium caeruleum (jacobsladder): blauw-violet in de schaduwborder
  • Trollius europaeus (kogelboterbloem): gele bolvormige bloemen naast vochtige bodems

In een voortuin ontwerp kun je het Pyreneees nagelkruid combineren met lagere bodembedekkers en wat hogere metgezellen voor beweging en textuur. De plant werkt ook mooi als tussenplant in een halfschaduwige helling waar andere vaste planten ruimte laten.

Afsluiting

Het Pyreneees nagelkruid is een mooie, weinig bekende bergplant met een lange decoratieve periode: van de gele zomerbloemen tot de vedervormige vruchtkluwens in de herfst. Het vraagt relatief weinig onderhoud en is een verrijking voor tuinen met een naturalistisch of informeel karakter.

Vraag naar het Pyreneees nagelkruid of verwante soorten bij gespecialiseerde vaste-plantenkwekerijen. Bij Gamma vind je soms nagelkruidsoorten in de vaste-plantenafdeling. Wil je zien hoe deze plant in jouw tuin zou staan? Ontwerp je voortuin op [gardenworld.app](https://gardenworld.app) en verken welke bergplanten en vaste planten het beste passen bij jouw situatie. Voor meer teeltadviezen en plantenideen bezoek je ook [gardenworld.app](https://gardenworld.app/nl/planten).

Gratis ontwerp

Wil je Pyreneees nagelkruid: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.

Upload een foto, kies je stijl en ontvang binnen 1 minuut een fotorealistisch ontwerp inclusief plantenlijst.

Start gratis

Geen creditcard nodig