Geum coccineum: complete gids
Geum coccineum
Wil je Geum coccineum: complete gids in jouw tuin zien?
1 minuut, geen creditcard
Overzicht
Geum coccineum, beter bekend als rode nelkenwurz of vogelvoet, is een compacte bergplant afkomstig uit de Balkangebergten en aangrenzende regio's van zuidoost-Europa. Deze vaste plant staat bekend om zijn glanzende rode bloemen en vormt een aantrekkelijk toevoeging aan rotstuinen, alpine bakken en borders met goed gedraineerde grond. De plant groeit natuurlijk op steile hellingen en gesteente tussen 600 en 2000 meter hoogte, wat aangeeft dat het een taaie, droogte-tolerante soort is.
In veel botanische tuinen en speciaalzakerijen wordt Geum coccineum zeer gewaardeerd door liefhebbers van alpiene en gebergteflora. Het aanzien ervan benadert dat van aardbeien met veel fijner gebladerte en elegantere bloemen. De plant bereikt volwassen afmetingen van ongeveer 30 centimeter in hoogte en 25 centimeter in breedte, maakt het perfect voor kleine borders, potbeplanting en rotstuinontwerp.
Uiterlijk en Bloei
De rode nelkenwurz groeit in een kompakt, afgerond rozet-vormig patroon met diep in-gesneden, zacht beharde bladeren die dicht op elkaar groeien. Het bladerwerk is donkergroen met een licht grauwe glans en bereikt maximaal 20-25 centimeter hoogte. In laat mei tot juli verschijnen talrijke slanke stelen die rechtopstaande tot half-overhangende bloemen dragen van ongeveer twee tot drie centimeter doorsnede.
De bloemen zijn glanzend scharlaken-rood, semi-dubbel in veel varianten, met vijf of meer fluweelachtige bloembladen en opvallende gele meeldraden. Na bloei verschijnen interessante bolvormige zaadhoofden die in feite hoekige steeltjes zijn. Deze kunstige zaadhoofden zijn groen en later rood-bruin getint, en geven lange tijd structuur aan de plant nadat de bloemen zijn afgevallen.
Ideale Locatie
Geum coccineum gedijt best op locaties met volop direct zonlicht, minimaal 6 tot 8 uur per dag. In warmer klimaat kan de plant enigszins voordeel hebben van middaglichte schaduw op zeer hete dagen. De plant groeit echter goed in borders en rotstuinen zolang het luchtig blijft en niet volledig in donkere schaduw staat.
De planting op verhoogde bedden, rotstuinen of in alpine bakken is ideaal, omdat dit zorgt voor perfecte drainering en voorkomt dat water rond de bladrozet verzamelt, wat rotting kan veroorzaken. In vlakke borders moet u plantbedden verhogen of goed doorlaatbare zaaigrond toevoegen. De plant is winter-hardy tot USDA zone 4, dus geschikt voor koude bergstreken en noordelijke klimaten.
Bodem
De grond moet goed doorlatend zijn, want Geum coccineum kan niet tegen natte voeten. Voeg fijn grind, coarse zand of perliet toe aan standaard tuingrond, zodat het mengsel ten minste 40 tot 50 procent inerte drainagematerialen bevat. De plant tolerant zure tot neutrale gronden, pH 6.0 tot 7.0 is ideaal. De bergafkomst suggereert dat goed geluchte, losse bodems beter werken dan zware kleisoorten.
Wanneer in potten wordt geteeld, combineer je een goed doorlatende alpine grondmengsel van ongeveer 3 delen steengrit (of grof zand), 2 delen gezeefde tuingrond en 1 deel fijn perliet of bims. Deze samenstelling bootst de bergomgeving na en bevordert gezonde wortels.
Gieten
Watergift hangt sterk af van het seizoen en de drainering van de bodem. Gedurende het groeiseizoen (april tot oktober) giet je regelmatig tot de grond licht vochtig is, maar nooit nat. Veel bladeren en groeiende stelen verbruiken water snel. Controleer regelmatig, vooral in warme periodes.
Na bloei (juli-augustus) kun je de watergift geleidelijk verminderen. In het najaar en winter zet je gietwaterafgifte sterk terug. Alleen geven als de bodem echt droog aanvoelt of in zeer lange droogte. Planten in potten drogen sneller uit dan in open grond. In kleiachtige bodems met matige drainering giet je spaarder dan in zandige gronden. Voorkomen dat water op bladeren blijft staan, vooral 's avonds, vermindert schimmelincidenten.
Snoeien
Geum coccineum vereist weinig tot geen snoei, maar onderhoud verhoogt de prestaties aanzienlijk. Verwijder vervloederde bloemen (dead-heading) in juli en augustus voor langere bloei. Dit stimuleert de vorming van meer bloemknoppen en voorkomt dat de plant al te vroeg in zaadbegroting overgaat.
Verwijder dode of beschadigde bladeren aan de roostzijde zodra je deze opmerkt. In het najaar, na het afsterven van de bloemstengels, knip je deze terug tot ongeveer 5 centimeter boven bladhoogte. Dit leidt tot een netter voorkomen en voorkomt dat dode stengels ziektes introduceren.
Groepeer je er twee of drie exemplaren op ongeveer 30 centimeter afstand voor een vollediger uiterlijk. Als een plant na enkele jaren dicht en minder bloeiend wordt, kun je in mei/juni voorzichtig delen en replanten.
Onderhoudskalender
April: Controleer winterschade. Geef matig water als groei begint. Voeg organische compostlaag toe. Mei: Bloeiperiode begint. Houdt water regelmatig. Dead-heading begint als eerste bloemen verschijnen. Juni tot Juli: Piekbloei. Voorzetting van dead-heading. Pas watergift aan naar warmte. Augustus-September: Bloei neemt af. Verminder voorzichtig water. Verwijder dode bloemstengels eind september. October-Maart: Winterrust. Minimaal water. Controleer drainage bij regen en sneeuw. Plant tussen maart en september.
Winterhardheid
Geum coccineum is winterhard tot USDA zone 4 (minimale temperatuur ongeveer -30 tot -28 graden Celsius). Planten in goed gedraineerde, niet-natte grond verdragen strenge winters zonder beschadiging. In zeer natte, zware kleigronden kunnen planten lijden of sterven door vostverstikking rond de bladrozet.
In continentale klimaten en berggebieden met sneeuwdek geeft sneeuw natuurlijke isolatie, dus planten zijn meestal veilig. In vlakke, vochtige westerse klimaten zonder sneeuw kun je in november/december een beschermende laag grind of schrederwol van 5 centimeter toevoegen rondom (niet over) de bladrozet. Dit helpt vochtophoping te beperken. Verwijder dit in maart als temperaturen stijgen.
Geplantestoffen
Geum coccineum groeit goed samen met andere alpiene soorten: Pulsatilla vulgaris (pulsatilla), Dianthus deltoides (nelkje), en Saxifraga aizoon (zegge). In grotere rotstuinen combineer je het ook met laaggroeiers als Sedum rupestre en Sempervivum (huislook). Voor volle borders, plant het samen met andere compacte bergplanten als Alchemilla mollis en Geranium sanguineum. In pothybridegarden combineert het mooi met alpine verwanten als Helleborus niger en Helleborus argutifolius.
Deze combinaties delen dezelfde voorkeur voor goed gedraineerde grond en volle zon. Vermijd plantpartners die veel water nodig hebben of volle schaduw prefereren.
Afsluitende Tips
Geum coccineum is een onderschattende, gemakkelijk te kweken bergplant voor wie zich wil concentreren op subtiele kleur en fijne architectuur. In een goed gekeurde rotstuin of raised bed zal het talrijke jaren bloeien met minimaal onderhoud. De glanssde rode bloemen trekken vlinders en bijen aan in mei en juni. Probeer een groepje van drie planten om het effect te vergroten. Met geduld en goede drainering wordt dit een geliefde toevoeging aan je tuin.
Wil je Geum coccineum: complete gids in jouw tuin zien? Maak nu een gratis ontwerp.
Upload een foto, kies je stijl en ontvang binnen 1 minuut een fotorealistisch ontwerp inclusief plantenlijst.
Geen creditcard nodig
